Categorie: Tekst

Lockdownsigneren

Ook deze lockdown ga ik – net als vorige keer – boeken signeren. Zoek je nog iets om te lezen, of een kerstcadeau voor jezelf of iemand anders? Bestel via mijn webshop een boek, zet erbij voor wie het is, en ik maak er iets moois van!

Bestellen kan hier.

Jaloezie

Componist Louis Andriessen kondigde deze week aan dat zijn nieuwste compositie tevens zijn laatste zal zijn. Hij is 81 en lijdt aan dementie. Toen ik in 2005 compositie ging studeren aan het conservatorium in Den Haag was het een van de laatste jaren dat hij er als docent rondliep. Lesgeven deed hij al niet echt meer, maar af en toe kletste hij nog met studenten. En eigenlijk waren die gesprekjes hele lessen op zich.

Het was Andriessen die me op het hart drukte altijd een goede verliezer te zijn. ‘Als je in het publiek zit als genomineerde en je hoort de naam van een ander, applaudisseer dan niet alleen, maar gun die ander met heel je hart de prijs. Oprecht blij zijn voor anderen is het enige recept tegen verbittering.’ Het was dezelfde Andriessen die ondanks zijn internationale succes altijd een van zijn studenten meenam naar zijn eigen premières, zodat hij de hele avond kon doen alsof hij diep in gesprek was, zodat hij niet met vreemden hoefde te socializen.

Lees hier verder! →

Jarig

34. Vierendertig. Godskolere wat een leeftijd. En mijn vierendertigste jaar was niet het beste, kunnen we wel stellen. Met een joekel van een depressie, een coronacrisis, een jaar van afgelaste shows en hobbelen van de ene naar de andere lockdown. Maar goed: dat geldt voor ons allemaal (op die depressie na, dan). Straks is 2020 voorbij en zijn we allemaal verjaard in een jaar dat er weinig tot niks te vieren viel.

Wat doe je dan? Ik vier mijn verjaardag zelden tot nooit. Ik hield ermee op toen ik 22 was, en bedacht dat dat vieren van niemand moet. Er viel een last van mijn schouders. Niet meer uit alle macht feestjes organiseren, geen stress om wie er wel en niet komt. Sinds ik met Bram ben gaan we voor onze verjaardagen goed uit eten, en dat is een feestje op zichzelf.

Maar nu is er Rudi, en Rudi is vier, en opeens is jarig zijn een Enorm Belangrijk Iets. Al maanden vraagt ze wanneer ik nou jarig ben, en sinds vorige week is ze volledig in de stress omdat er cadeautjes geregeld moeten worden en “stiekem overleg met papa” gepleegd wordt, en plotseling voel ik mijn verjaardag weer naderen als vroeger. Niet precies hetzelfde, maar haar enthousiasme en anticipatie is aanstekelijk genoeg om een milde feeststemming te veroorzaken.

En is dit niet juist het perfecte moment om te vieren? Dit jaar woon ik precies de helft van mijn leven in Utrecht, ben ik acht jaar samen met de beste persoon ter wereld (voor mij dan), ging mijn kind naar school, knokte ik me succesvol terug uit mijn vijfde (denk ik) depressie, bracht ik mijn eerste dichtbundel uit, en begon ik weer te lezen, piano te studeren en Russisch te leren. Het was geen verloren jaar. Allerminst.

Laat deze verjaardag een fijn jaar inluiden. Waarin corona langzaam naar de achtergrond verdwijnt en we gewoon weer mogen knuffelen. Waarin het vervolg op Concept M uitkomt, net als mijn nieuwe album (een album en een boek binnen een jaar? JA! Want why the hell not). Laat maar komen. 2021 wordt crazy awesome.

SGP, nee!

Een paar dagen geleden reed ik op de A12 bij Zoetermeer toen ik een enorm billboard zag met een advertentie voor de “Week van het ongeboren leven”. Elk jaar opnieuw zie ik deze campagne, en elk jaar is het weer alsof iemand me een mes in de ribben douwt. En dat terwijl ik zelf het geluk heb gehad nooit een abortus te hoeven ondergaan. Kun je nagaan hoe het moet voelen wanneer je dat geluk niet hebt gehad.

Want zo zie ik het: geluk of pech. Ik ken veel meisjes en vrouwen die voor een abortus hebben gekozen, maar ik ken er geen die daar lichtzinnig over gedaan heeft. In vrijwel alle gevallen was de zwangerschap botte pech. Zwanger dwars door de pil of het spiraaltje heen, zwanger na ongewenste seks, zwanger omdat fatsoenlijke voorlichting ontbrak, of een gewenste zwangerschap van een zwaar gehandicapte vrucht. Dat is geen domheid of laksheid, het kan ieder van ons overkomen, mij ook. Ik heb het geluk gehad dat dat nooit is gebeurd.

Was het wel gebeurd, dan weet ik zeker dat het voor mij – net als voor andere vrouwen – een helse keuze zou zijn geweest. En toch maak je die keuze in sommige gevallen. Want met een abortus kies je niet voor de dood, je kiest voor twee levens. Enerzijds dat van jezelf, waarin voor een ongewenst kind geen plaats is, anderzijds voor het hypothetische leven in je buik, dat om allerlei redenen een ongelukkig leven zou zijn geworden. Dat is geen fijne of mooie keuze, vrouwen nemen geen abortus omdat het een leuk uitje is. Wanneer begint conservatief Nederland dat nu eens te geloven?

Lees hier verder! →

Tweede lockdown

Tot nu toe ging het me redelijk af. Natuurlijk, de wereld staat in brand, maar ik kon precies genoeg cognitieve dissonantie aan de dag leggen om me stiekem best happy te voelen in mijn kleine coconnetje, met man, kind, kat en gevulde koelkast. En ik bevind me ook in een bevoorrechte positie. Ik heb geen financiële zorgen, kan mijn werk grotendeels gewoon vanuit huis doen, en heb nog geen ernstig zieken in mijn directe omgeving. Dus hup, schouders eronder.

Ik weet niet exact wát er veranderd is, maar sinds dit weekend begint dat zorgvuldig getimmerde bouwwerk van acceptatie en doorzettingsvermogen vervaarlijk te kraken.

Nee, ik heb nog steeds niemand verloren, doe mijn werk graag, en heb een fijne thuissituatie. Maar het nieuws van de afgelopen week deed een emmer overlopen die klaarblijkelijk al vol zat, en ik had het niet eens door. Het schrikbarende aantal besmettingen in België (waar mijn schoonfamilie woont), de strengere maatregels, historisch warme eerste novemberdagen, Trump die wellicht herkozen wordt (of gewoon een burgeroorlog begint, weten wij veel). Het is bijna onmogelijk om me nog af te sluiten van de dreigingen van buiten.

Lees hier verder! →

Meeveren

Net als bij de miljoenennota was er maandag natuurlijk alweer van alles uitgelekt. Zogenaamd “vervelend”, maar ik weet zeker dat het kabinet die lekkages zelf ensceneert om alvast een deel van de schok weg te nemen, zodat er op dinsdagavond na de persconferentie geen rellen uitbreken. Dus was het niet eens zo spannend gisteravond. De horeca weer dicht, zalen maximaal 30 bezoekers, de hele rataplan. En hoewel we het allemaal zagen aankomen, en de maatregelen niet meer dan logisch zijn (in mijn ogen dan), toch is het weer slikken.

Ik verkeer in de gepriviligeerde omstandigheid dat ik relatief weinig zorgen heb. Ik ben de komende maanden sowieso nog een boek aan het schrijven, een bezigheid die zich perfect leent voor lockdowns. En daarna? Dat zien we dan wel weer. Maar ik maak me zorgen over mijn sector, de cultuurbusiness. Want zoals het er nu uitziet kunnen zalen pas weer meer dan 60 mensen ontvangen op het moment dat er een vaccin is en iedereen is ingeënt. Ik ben geen deskundige, maar ik durf toch te speculeren dat dat nog wel een jaartje gaat duren.

En dan? Nou, voorlopig zullen de theaters sluiten. Ga maar na: met maar 30 betalende bezoekers en geen baromzet draait iedere productie verlies. Gaat er een noodpakket zijn vanuit de overheid, of zeggen die: “Ja maar je HOEFT niet dicht”? Ik vrees het laatste. Dan zullen er een hoop zalen en festivals omvallen, en die gaan niet zomaar terugkomen.

En dan zijn er nog de bands, de theatergezelschappen, de orkesten. Hoe overbruggen die een jaar? Hoe zorgen musici dat ze in vorm blijven én dat ze te eten hebben? Een professionele carrière zet je niet zomaar een jaar stil om in een callcenter te gaan werken…

Ondertussen staan de sociale media vol met horrorverhalen uit de zorg, met de mededeling: niet klagen, COVID is erger dan een paar maandjes lockdown. En dat klopt. Maar het een sluit het ander niet uit. Soms vergeten we dat je én voor strenge maatregelen kunt zijn omdat je ziet dat die nodig zijn, én tegelijkertijd oog kunt hebben voor de menselijke en maatschappelijke drama’s die zich ondertussen voltrekken. Volgens mij is dat wat we moeten doen. Meeveren (veranderen kun je de omstandigheden toch niet), accepteren (het is nu eenmaal nodig) en oog voor elkaar houden. Geen wedstrijd in leed ontketenen: we hebben het allemaal moeilijk, op kleine en grote manieren. Zorg voor elkaar, bied troost, en zorg ondertussen ook een beetje voor jezelf. 

Tweede Golf

De rek is eruit.

Woensdagavond stond ik in de regen bij de bushalte te wachten. Naast mij, meer dan anderhalve meter verder, zat een meisje met bruine krullen. Toen ik aankwam was ze aan het praten met een donkere jongen met een petje op en een joint tussen zijn vingers. Het rook naar vroeger. Ze kenden elkaar duidelijk pas net, dat merkte je aan het voorzichtige aftasten dat bij spontane ontmoetingen hoort.
‘Vind je het erg dat ik een jointje rook?’
‘Nee joh,’ antwoordde het meisje. ‘Weet je waarom ik naar huis ga? Omdat ik dan lekker jointje kan klappen, snap je?’
De jongen gooit zijn armen in de lucht. ‘Niet! Wij zijn soulmates, man. Welke bus neem je?’
‘Lijn acht, naar Lunetten.’
’Niet waar, ik ook! Dit is mijn dag, man!’
Als ik mijn eigen bus naar huis in stap – lijn 74 – vraag ik me af hoe het kan dat dit tafereeltje me ontroert. Het moet ermee te maken hebben dat ik al zo lang geen getuige meer ben geweest van een ontmoeting tussen vreemden. We zijn inmiddels perfect getraind de vreemde ander met een boog te ontlopen, we komen niet meer in de kroeg om aan de bar aan de praat te raken met iemand die je nieuwe beste vriend van de avond blijkt te zijn, we zien in vreemden geen mogelijkheden meer, alleen nog potentiële besmetting.
En dat is het. Niet dat ik voorheen zo vaak in de kroeg kwam. Sterker nog, ik heb het idee dat ik die tijd achter me had gelaten. Maar nu ik erover nadenk: ik sprak mijn portie vreemden na mijn concerten aan de merchtafel wanneer ze een handtekening kwamen halen. Mijn vreemden waren de technici waarmee ik na de soundcheck nog even snel een bak chinees naar binnen schoof. De organisatoren van literaire festivals waarmee ik na afloop bleef kletsen. We hebben onze onbekenden nodig. Mijn kring van bekenden is overzichtelijk, waardevol en warm en zorgt ervoor dat ik niet eenzaam ben, maar blijkbaar bestaat er toch een behoefte aan contact leggen met vreemden. Het vervult me met weemoed naar een tijd die niet meer terugkomt. Het doet de vraag rijzen wat menselijkheid inhoudt.

Lees hier verder! →

Aafkes Boekentips

Ik lees veel en vaak en graag, en geef je graag leestips. Hier de beste boeken die ik de afgelopen maand las!

1. De Knetterende Schedels – Roger Van de Velde
Deze roman is eigenlijk een serie heel korte verhalen die Van de Velde schreef toen hij “in het asiel” zat. Het hele begrip “in het asiel” zitten had in de jaren zestig niks te maken met vluchtelingen, en alles met criminelen waarmee de overheid geen raad wist omdat ze psychiatrische problemen hadden. Van de Velde belandde er toen hij – verslaafd aan pijnstillers – doktersrecepten had vervalst, en overleed zes jaar later aan diezelfde verslaving. In zijn verhalen geeft Van de Velde steeds een heel korte anekdote over een medebewoner, de een nog bizarder dan de ander, maar allemaal met veel liefde, empathie en vooral met virtuoos taalgebruik opgetekend. Het leest als One Flew Over The Cuckoo’s Nest. Van de Velde is nogal in de vergetelheid geraakt, en ik ben heel blij dat deze heruitgave er is gekomen. Een prachtig portret van de psychiatrie.

2. Diaries – Eva Hesse
Eva Hesse was beeldend kunstenares, en stierf in 1970, veel te jong, aan een hersentumor. Ze woonde en werkte in New York, waar ze goed bevriend was met veel andere – bekendere – abstracte kunstenaars, zoals Sol Lewitt. Zelf lukte het haar pas kort voor haar dood om een prominente plaats in te nemen in de New Yorkse scene, en ze werd uiteindelijk vooral na haar dood bekend – maar ook weer vergeten. Zonde. Ze maakte prachtige abstracte objecten, die een organisch element introduceerden tussen de vaak cerebrale minimalistische werken van haar mannelijke collega’s. In haar dagboeken doet Hesse uitgebreid verslag van haar obsessieve werklust, haar vele twijfels en depressies, en ook van de problematische relatie die ze met haar man had. Voor iedereen die iets wil maken en daar wel eens over twijfelt: je gaat veel troost en herkenning vinden in Hesses dagboeken.

3. Het jaar van magisch denken – Joan Didion
In 2004 overlijdt na een huwelijk van bijna 40 jaar de echtgenoot van schrijfster Joan Didion. In dit boek beschrijft ze op meeslepende, ontroerende maar ook op magische wijze luchtige wijze het eerste jaar na zijn dood. Soms verdrinkt ze in herinneringen, soms in eindeloos onderzoek naar hoe hij nou precies dood is gegaan, of hoe andere culturen omgaan met rouw. Maar steeds blijft ze verder gaan, verder glijden in de tijd. Ik zou dit boek aan iedereen willen geven die ooit, lang geleden of recent, iemand verloren is. Ik ga het zelf op een dag ook vast nog nodig hebben, tot die tijd bewaar ik het en ben ik blij te weten dat het bestaat.

Haters

Soms vragen mensen me hoe ik toch omga met al die nare mensen op twitter. En het moet gezegd: er zitten een hoop nare mensen op twitter. Zeker wanneer je zoals ik de neiging hebt om tweets over politieke aangelegenheden te posten, ben je al snel het slachtoffer van een hele horde anonieme accounts die je vertellen dat je niet deugt (of juist wel, is maar net vanuit welke politieke hoek de haat komt), vaak vergezeld van een hele horde scheldwoorden en bedreigingen waar de honden geen brood van lusten. Dat is schandalig natuurlijk, maar ik kan in alle eerlijkheid zeggen: het doet me niks.

Dat is niet altijd zo geweest. De eerste keren dat ik bedreigd werd, nu een jaar of vijf geleden, was ik dagenlang overstuur en bang. Waarom haten mensen mij zo? Komen ze nu naar mijn huis om me iets aan te doen? Wie zijn toch al die anonieme mensen? Het kostte me veel moeite om het van me af te zetten. Best logisch als je bedenkt dat een aantal van die anonieme trollen me bleven bestoken met de oproep om zelfmoord te plegen. Dat ligt in mijn geval nogal gevoelig, en ik was redelijk van de kaart.

Ik schreef destijds een artikel voor de Volkskrant over anonieme pestkoppen, en interviewde daarvoor een aantal prominente mensen met veel meer volgers dan ik, die veel stelselmatiger te maken hebben met dit soort verbaal geweld. En allemaal zeiden ze me hetzelfde: “Gewoon blocken. Al die accounts blocken. Zonder blocken heb je geen leven op Twitter.” Daar had ik nog niet eerder over nagedacht. Blocken vond ik zo onaardig. Maar eerlijk is eerlijk: iemand bedreigen is ook niet heel aardig. En dus begon ik te blocken en te negeren. In het begin veel werk, maar al snel merkte ik wat een rust het oplevert.

Lees hier verder! →

fragment 7B

Sinds een paar weken ben ik weer dagelijks aan het schrijven, ditmaal aan 7B, de opvolger van Concept M. En omdat ik daar zo veel plezier in heb en jullie dat niet wil onthouden, hier alvast een korte snippet uit hoofdstuk 3!

///

Je weet nooit of de kinderen gestuurd zijn door rebellen om een konvooi op te blazen. Wie lopen er voor de Mercedes uit? Behoren ze tot dezelfde groep als de jongetjes? Menno probeert te kijken en verstevigt zijn grip op de Colt 8EU die hij gekruist voor zich draagt. De Mercedes rijdt steeds langzamer, nog een paar seconden en ze komen tot stilstand. Menno’s hoofd draait op routines die door adrenaline worden aangejaagd. Wie lopen er voor hun voertuig? Behoren ze tot een groep? Is het gecoördineerd? Een van de jongens naast hem beweegt zijn hand richting broekzak. Menno richt zijn wapen. “What are you doing”, schreeuwt hij, wetend dat hij geen antwoord zal krijgen dat er werkelijk toe doet. Zijn wijsvinger spant licht aan. De hand van het jongetje wringt zich in zijn broekzak, Menno kan niet zien of er iets in zijn zak zit dat groot genoeg is om een gevaar te vormen. “Hold your hands where I can see them!” De jongen kijkt geschrokken, maar niet geschrokken genoeg om zeker te weten dat dit de eerste keer is dat hij de loop van een wapen op zich gericht ziet. “Your hands, goddammit!” Menno geeft hem drie seconden. De tijd lijkt zich te versmallen tot een koker tussen Menno’s linkeroog en de blik van het jongetje. Een. Hij twijfelt te lang, denkt Menno. Maar hij twijfelt, dat duidt op een gebrek aan de blinde gehoorzaamheid die hij in de ogen van anderen dacht te kunnen ontwaren, net voor een explosie. Twee. Zijn vinger spant zich nog iets verder aan, tot net voor het punt waar spanning op de trekker met een korte klik overgaat in ontspanning. Haal godverdomme je hand tevoorschijn, kutjoch. Je dwingt me iets te doen waardoor we zodadelijk weer kostbare kwijt zijn aan het in bedwang houden van hordes krijsende vrouwen, huilend en gillend, armen in de lucht, de beelden zijn inmiddels clichématig geworden omdat er nou eenmaal zoveel beeldmateriaal is van groepen vrouwen, in verse rouw gedompeld. Het doet ons weinig meer, maar Menno zo mogelijk nog minder. Haal godverdomme je hand tevoorschijn. De hand van het jongetje trekt zich langzaam terug uit zijn broekzak. Heeft hij iets vast? Zijn vingers lijken gestrekt, hij kan niets vasthebben. Zijn ogen zijn nog altijd gericht op Menno, zijn hand begint te trillen. Drie. Met een stoot zet de Mercedes zich weer in beweging. Het jongetje tilt zijn beide handen razendsnel de lucht in en kijkt Menno na terwijl die zijn geweer laat zakken en ademhaalt.

///