Categorie: Tekst

De recensent

Vandaag was het een Gezaghebbend Literair Recensent die het veld moest ruimen wegens onbehoorlijk gedrag richting jonge debutantes. Ik heb nooit iets van doen gehad met deze recensent, en hij heeft mij altijd genegeerd, tot één vernietigende recensie een maandje geleden, dus ik zal hier geen tirade tegen zijn persoon afsteken. Dat zou niet alleen ongeïnformeerd zijn, maar ook onvermijdelijk rieken naar rancune. En daar gaat het nu niet om.

Daar gaat heel #metoo niet over.

Elke keer dat een machtsmisbruikende hoogwaardigheidsbekleder wordt ontmaskerd is dat natuurlijk een kleine en grote overwinning voor hen die al die tijd van hem (of haar) afhankelijk zijn geweest, maar uiteindelijk gaat het niet om specifieke personen, maar om het web van constante alertheid en zelfverloochening die al deze losse personages tezamen spinnen.

Het gaat allereerst om teleurstelling. Idolen die van hun voetstuk vallen.

Het gaat om de Grote Schrijver van middelbare leeftijd wiens boeken je als tiener verslond, die je op je achttiende na een literaire avond treft in de foyer, die urenlang geïnteresseerd doet wanneer je het hebt over je eigen literaire ambities, jou vervolgens je nummer ontfutselt en je midden in de nacht een sms stuurt. “Wanneer gaan we neuken? Volgende week zijn mijn vrouw en kinderen op vakantie. Ik stuur een taxi, zeg maar welke dag.”

Het gaat om het besef dat langzaam indaalt: het hoort er nu eenmaal bij.

Het gaat om de docent op het conservatorium die je in een dronken bui vertelt dat ze jou hoe dan ook hadden aangenomen. ‘Hoe had dat anders gekund met die mooie tietjes van je?’ Het gaat erom dat je in je verwarring niet weet of je boos of gevleid moet zijn, en leert meelachen alsof je hem respecteert en exact hetzelfde zou hebben gedaan. Alsof je one of the guys bent.

Het gaat om het instinct dat je onherroepelijk ontwikkelt, het instinct om aan de kleinste details te herkennen wat iemands werkelijke intenties zijn.

Het gaat om die keer dat je als jonge artiest gesprekken voert met boekers, labelbazen en managers en verbaasd bent dat je wordt uitgenodigd door een boeker van een Groot Kantoor, en dat hij vervolgens een korte koffieafspraak rekt tot een gesprek van drie uur waarin hij weigert om over jou of je muziek te praten, maar wel zes keer laat vallen dat zijn verkering net uit is. Het gaat erom dat je nooit precies weet waarom je uitgenodigd wordt.

En het gaat over angst en walging.

Het gaat over die keer dat je je maandenlang verheugd hebt op een studiosessie met een Beroemd Producer en hij terwijl je zit te werken aan je track achter je komt staan en vanuit het niets met zijn kruis tegen je schouders begint te wrijven. Het gaat erom dat je eerst denkt: dit is niet echt, ik begrijp het vast verkeerd. En dat je pas wanneer je voelt dat hij een erectie heeft de gedachte toelaat dat het wél echt is. En dat je vervolgens tot je eigen verbijstering hem geen klap geeft, zoals je je altijd had voorgenomen, maar dat je bevriest, je schaamt en dat je gewoon terugkomt voor een volgende studiosessie, gewapend met een lijst tactieken om zonder hem te moeten beledigen toch zonder kleerscheuren de dag door te komen, omdat je die track wil afmaken en geen scène wil schoppen.

Het gaat erom dat je een lijst van tactieken hebt. Maak een grapje, wiebel je met een smoes onder een volgende afspraak uit, zorg dat je niet alleen bent, trek wijde kleding aan. En het gaat erom dat je vervolgens alsnog soms je eigen grenzen overschrijdt. Uit angst werk te verliezen, uit angst voor escalerend geweld, of gewoon omdat je je eigen grenzen al zo vaak hebt moeten verdedigen dat je te moe bent om het nog eens te doen.

Er is een recensent weg, maar er komt een volgende voor in de plaats. Het gaat om dat web van achterdocht en hoe we onszelf leren om onze instincten te negeren. De cognitieve dissonantie waarin we onszelf wijsmaken dat hij het echt heus niet zo bedoelt en dat het heus geen kwaad kan. Het gaat erom dat we ons blijven concentreren op het ontmantelen van dat web, ook na vandaag, na deze recensent, ja zelfs wanneer #metoo z’n kracht heeft verloren en alleen nog bestaat als voetnoot in de geschiedenis.

Star Trek en Corona

De afgelopen wekenheb ik een paar keer de vraag gekregen of het niet raar is om mee te maken dat je eigen sciencefictionverhaal opeens bewaarheid blijkt te worden. Nu zijn er bij die vraag wel een aantal kanttekeningen te plaatsen. Mijn debuutroman Concept M kwam uit in 2018 en gaat over het jaar 2020, waarin een mysterieuze ziekte ruim de helft van de Europese bevolking treft.

Tot zover de overeenkomsten tussen boek en realiteit – ik ben geen Nostradamus. Mijn roman gaat over een genetische afwijking die tientallen jaren nodig heeft om de helft van de bevolking te bereiken, wij leven in een pandemie die zich razendsnel ontwikkelt. Covid-19 is ook een stuk minder ongrijpbaar dan kleurloosheid (de ziekte in mijn verhaal): het is een griepvirus. Nieuw, maar tegelijkertijd geen onverwacht bezoek.

Deze tijd is naar mijn idee voor mij wel minder bevreemdend dan voor veel anderen. Dat komt niet door mijn niet-bestaande voorspellende gaven, maar – denk ik – vooral omdat ik me als sciencefictionauteur op bijna dagelijkse basis probeer voor te stellen hoe onze wereld zou kunnen veranderen door één ingrijpende gebeurtenis. In het geval van Concept M is dat een ziekte, en daarin ben ik verre van origineel. De vraag wat een allesverwoestende ziekte zou kunnen betekenen voor de mens is voer voor menig postapocalyptisch verhaal, en leidt in die verhalen niet zelden tot grootschalige ontwrichting of zelfs vernietiging van de beschaafde maatschappij die we kennen.

 

Voor De Groene Amsterdammer schreef ik een essay over sciencefiction in Coronatijden. Lees hier verder.

Podcast: De familie Romeijn

Er is fijn nieuws. Voor de VPRO en 3FM werk ik al een tijdje samen met mijn zus Anneke Romeijn aan een podcast over de familie Romeijn, waarover verhalen gaan dat die in de Tweede Wereldoorlog niet helemaal aan de juiste kant van de lijn stonden. Vandaag kondigen we de podcastserie officieel aan.

Binnen de familie Romeijn doen een hoop verhalen de ronde over de Tweede Wereldoorlog. En dan niet het soort heldenverhalen die nabestaanden van verzetsstrijders met trots vertellen, maar besmuikt gefluister dat steevast eindigt met “ik weet het ook niet precies” of “het zal allemaal wel niet zo bedoeld zijn geweest.” Zo is er oom Aart Romeijn, die in dienst van de SS stierf aan het Oostfront. Oom Gerrit Romeijn, die zo veel verdiende met het smokkelen van belangrijke documenten dat hij een privévliegtuig kocht. En dan is er nog de vader des huizes, die tijdens de oorlog als politieagent bleef werken in Amsterdam.

In deze podcast gaan de zusjes Anneke en Aafke Romeijn op zoek naar de waarheid achter deze verhalen. Ze interviewen familieleden en duiken in de archieven om uit te zoeken welke rol hun (on)besproken voorouders daadwerkelijk gespeeld hebben in de oorlog.

Maar, deze serie is niet alleen een persoonlijke zoektocht. Het is ook een onderzoek naar hoe families de donkere bladzijdes van hun gezamenlijke geschiedenis verwerken en/of verzwijgen. En hoe Nederland omgaat met een laatste groot oorlogstaboe: een substantieel deel van de Nederlandse bevolking zweeg en keek toe, of deed actief mee met de bezetter. Nu de laatste generatie die ons hierover kan vertellen langzaam uitsterft, wordt het tijd om het doopceel te lichten.

 

14 maart: LEEGSTAND

Na het nieuws dat ik mijn tour moet uitstellen is er ook heel erg fijn nieuws te melden. Over een maand, op 14 maart, komt mijn eerste dichtbundel namelijk uit: LEEGSTAND. En bij dezen mag ik de omslag eindelijk laten zien, die gemaakt werd door Janine Hendriks (Kaftwerk). Ik ben er ongelofelijk trots op.

De flaptekst:

“In Leegstand verkent Aafke Romeijn haar depressies alsof het lege winkelpanden zijn. Haar donkerste dagen zijn steden vol mislukte architectuur, buurthuizen waar in een hoekje achterin biljart wordt gespeeld, en bouwputten. In gedichten, essays en beeld schetst ze sloop, bouw en beton. Met bijrollen voor de V&D, Tilburg en Godzilla.”

De boekpresentatie is op 14 maart tijdens TilT festival.

Blue Monday

Het zou allemaal zo’n vaart niet lopen, had ik besloten. En dus plofte ik vanochtend enthousiast in de stoel van mijn psycholoog. Op schoot het boekje waarin ik de afgelopen twee weken nauwgezet en voortvarend al mijn huiswerk had gemaakt. Ik liet het haar zien.

‘Kijk, alle gedachtenschema’s, met uitwerking en analyse. Ik ben trouwens ook gestopt met werken buiten kantoortijden. Helemaal. Dus zelfs geen apps meer lezen. Oh ja, en ik heb al mijn deadlines heroverwogen en dingen afgezegd, en ik doe het nu allemaal anders, precies zoals je had gezegd! Ik ben alleen nog wel stiknerveus elke ochtend wanneer ik opsta, alsof ik me schrap moet zetten voor wat de dag brengt. Geen idee hoe dat komt.’

‘Hmm,’ zei mijn psycholoog. Als een psycholoog “hmm” zegt dan betekent dat meestal niet veel goeds. ‘Dat klinkt allemaal wel vrij rigoureus meteen.’

Ik knikte. ‘Klopt, want dat moet ook. Ik ben verantwoordelijk voor mezelf, dus ik ben de enige die iets kan veranderen. Als ik in de goot lig heb ik dat zelf veroorzaakt, dus zal ik het zelf moeten oplossen. En dan kun je maar beter geen half werk leveren.’

‘Hmm,’ zei ze weer. ‘Heb je er wel eens over gedacht om wat milder voor jezelf te zijn?’

‘Oh dat kan ik ook hoor. Soms gun ik mezelf wat rust, dan neem ik een halve slaappil en slaap ik een paar uur.’

Ze schudt haar hoofd. ‘Dat is niet mild, dat is óók weer heel rigoureus. Jezelf uitschakelen met een flinke klap. Misschien moet je eens wat milder zijn voor jezelf, kan best zijn dat die nervositeit dan ook afneemt.’

Zat ik dan opeens te janken met mijn goede voornemens. Mild zijn voor mezelf? Hoe werkt dat? Kopjes thee zetten en een aai over je eigen bol geven? Ik heb nog veel te leren.

[op 14 maart komt mijn bundel Leegstand uit, over depressie, lelijke gebouwen en Godzilla. Tot die tijd zo nu en dan stukjes over depressie en herstel]

7B – elke dag schrijven

Oké oké oké, vandaag gaat het ECHT gebeuren. Ik loop er nu al dagen (of eigenlijk weken) tegenaan te hikken, maar dit wordt de dag. Vandaag ga ik beginnen aan 7B, de opvolger van Concept M.

Of ja: ik ben natuurlijk al best een tijdje bezig aan 7B. Ik heb eerst lekker gebroed op het verhaal, daarna heb ik maandenlang research gedaan – heel veel boeken gelezen en mensen gesproken. En ik heb ook al geschreven. Maar nu breekt de intensiefste periode aan van het hele proces: Elke. Dag. Schrijven. En dan bedoel ik ook echt elke dag. Dus ook weekends. Vakanties. Elke dag.

Waarom is dat nodig? Simpel. Ik heb gemerkt dat ik alleen door elke dag te schrijven met mijn hoofd in mijn verhaal blijf zitten. Als ik het niet doe, dan ben ik er meteen uit, en ben ik de volgende schrijfsessie een paar uur bezig om weer “in” het verhaal te kruipen. Dat kost niet alleen tijd, maar ik heb ook de neiging om te gaan procrastineren in plaats van weer te beginnen.

Het is een beetje als met sporten. Als je iedere week naar de sportschool gaat en je hebt een lekker ritme te pakken en je ziet resultaat, dan is het redelijk eenvoudig om dat ritme vast te houden. Als je een tijd niet geweest bent, dan is het lastig om jezelf weer aan de gang te krijgen, en is het makkelijk om te denken “meh, ik ga volgende week wel weer.”

Dat heb ik dus met schrijven. Let wel: ik vind schrijven het allerfijnste ter wereld, maar als ik even niet op let zit ik opeens drie uur lang filmpjes van Amerikaanse late night talkshows te kijken en doe ik “middagdutjes” die vier uur duren. Kortom: ik moet streng voor mezelf zijn, en dat betekent elke dag schrijven. Al is het maar een half uurtje, dat ene halve uurtje betekent wel dat ik de dag erna meteen effectief aan de slag kan.

Nou goed, dat hele dagelijkse schrijven dat begint vandaag dus. Dat wil zeggen: vanmiddag. Want ik mag eerst nog even een half uur filmpjes kijken. Toch? AAAH!

Writer in residence Tilt

Ik ben trots en vereerd dat ik na o.a. Lieke Marsman en Maartje Wortel uitgenodigd ben als writer in residence van literair festival Tilt in Tilburg. Wat betekent dat?

Allereerst dat ik de stad ga verkennen en poëzie/essayistiek ga schrijven over de wisselwerking tussen lichaam en architectuur. Dat is een onderwerp waar ik in Concept M natuurlijk al zijdelings aan raakte (met alle beton en snelwegen), maar in mijn poëzie diep ik dit verder uit. Het resultaat wordt uitgegeven als bundel en gepresenteerd op 14 maart tijdens het festival. Ik heb nog niet eerder poëzie gepubliceerd, dus: spannend!

Daarnaast zal ik aan de universiteit van Tilburg samen met Sander Bax een vak geven dat rond ditzelfde thema werkt. Iedereen die weet hoe veel ik van studenten, lesgeven en onderzoek hou snapt dat ik hier echt veel zin in heb.

Tot slot ga ik een aantal optredens in Tilburg geven, hierover later meer hier op de sociale media!

 

Europa: 1989 vs. 2040

In mijn vrijheidscolleges sprak ik over een mogelijke toekomst van Europa als we even niet opletten… het essay werd op de dag van de Europese Verkiezingen in Nederland gepubliceerd in Rekto:Verso en is nu hier te lezen.

(c) Joseph Bsharah

column LINDA

Vanaf vandaag ben ik de nieuwe columnist van LINDA, waar ik wekelijks zal schrijven over politiek, feminisme, slechte televisie, literatuur, media en alle andere dingen waar ik me druk over maak. Mijn eerste column staat nu online en gaat over Thierry Baudet.

Lees hem hier!

Vrouwen in de Top 2000 (pt. 2)

Dit artikel verscheen o.a. op Joop

Ronald Molendijk. Ik had helemaal geen zin om er iets over te schrijven, maar nu “the gift that keeps on giving” bezig blijft, kan ik er toch niet onderuit.

Voor wie het gemist heeft (bless you: je kunt ook gewoon stoppen met lezen en je bloeddruk op peil houden): Ronald Molendijk is muziekdeskundoloog die regelmatig in RTL Boulevard een vol kwartier krijgt om leeg te lopen over zaken waar hij een mening over heeft.

Deze week liet hij zich horen vanwege alle gedoe rondom het aantal vrouwen in de Top2000. “Maar”, zei Ronald, “Vrouwen maken nu eenmaal minder snel goede muziek.”

Goed, ik dacht: ik ga niet herhalen wat ik al ettelijke malen heb uitgelegd, namelijk dat vrouwen niet minder goed zijn in het maken van muziek dan mannen, maar dat er in de keten die leidt van hobby naar succes en erkenning een flink aantal hobbels zitten waardoor er minder vrouwen de top bereiken. I’ll let this one slide. Wie neemt Ronald Molendijk immers serieus?

Maar dan wordt het donderdag, en mag Ronald Molendijk wéér aanschuiven bij Boulevard, ditmaal om te reageren op alle ophef die hij met zijn opmerkingen heeft veroorzaakt. En dan met name op Tim Knol, die zich (voor de zoveelste keer, waarvoor dank!) op twitter heeft uitgesproken tegen ongelijkheid en hypocrisie binnen de muziekbiz. “Het enige dat ik weet over Tim Knol is dat het een vrouw is, dus ik kan me voorstellen dat hij beledigd is,” zegt Ronald. Ik moet even terugspoelen om het goed te horen, maar hij zegt het echt, en kijkt erbij alsof hij zojuist een goede grap heeft gemaakt en probeert om er zelf niet om te lachen. En dan besluit ik dat ik er TOCH iets over ga zeggen. Lees hier verder! →