Categorie: Tekst

Thuisschooltje

We zijn alweer een halve week bezig, en ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik was na een halve dag zoomen gaarder dan de gemiddelde aardappel die mijn grootvader kapot kookte. Zeker nu het zo donker is word ik rond een uur of vier overvallen door een lamlendig gevoel. Kwart misselijk, kwart slaperig, kwart verveeld, kwart je-ne-sais-quoi. Ging je in de lentelockdown na het avondeten nog even lekker wandelen, nu dommel ik weg bij een serietje of een mail die ik toch nog even snel beantwoord (ondanks dat ik mezelf beloofd had niet meer ’s avonds te werken).

En dan heb ik het nog niet eens gehad over het hele concept “thuis schooltje spelen”. In de lente was mijn dochter nog een peuter, en volstond het om lekker met haar te spelen, in het park rond te rennen of te schommelen. Nu is ze kleuter en is er opeens een dagroutine, werkopdrachten, belletjes met de juf, en – niet geheel onbelangrijk – haar eigen frisse tegenzin omdat ze het liefst gewoon naar school gaat.

Te vaak hoor en lees ik mensen elkaar verwijten dat als ze het vermoeiend vinden om thuis te zitten met kinderen, ze dat hadden moeten bedenken voordat ze aan kinderen begonnen. Alsof je je kinderen niet leuk genoeg vindt als je nu moe bent. Ik snap het sentiment: ik had zelf ook 29 jaar lang geen kind, en kon me vreselijk ergeren aan ouders die klaagden over hun kroost. Jij kiest ervoor, dacht ik dan. Gelukkig ben ik iets ouder geworden, en ouder geworden (see what I did there) van een meisje dat ik fantastisch leuk vind… en tóch ben ik na drie dagen homeschooling ook moe, net als de rest van Nederland.

Lees hier verder! →

Verwachtingsmanagement

Oh wat is het fijn om afscheid te kunnen nemen van 2020. Om symbolisch een dikke streep te zetten door tien maanden wachten, zuchten, volhouden.  Kunnen we deze pagina uit de geschiedenisboeken scheuren? Mooi, doen we dat. In al die tijd dat we binnenzaten zonder het broodnodige menselijke contact is ons lijstje met “plannen voor als de lockdown voorbij is” langer geworden dan we ooit hadden kunnen vermoeden. Zelfs ik, persoon die toch het liefst lekker thuis zit, heb een waslijst aan mensen met wie ik snel in een overvolle zweterige kroeg wil afspreken. De nood is hoog.

En toch, hoe fijn het ook is om mijn agenda van 2020 straks in de fik te steken, ik probeer mijn verwachtingen ook te temperen. Allereerst om ervoor te zorgen dat 2021 niet gewoonweg nóg een enorme domper wordt. Als 2020 me iets geleerd heeft, is dat het soms loont om niet te optimistisch te zijn. Dat klinkt hard, maar het heeft me veel kopzorgen gescheeld toen ik na de tweede lockdownverlenging besloot om heel 2020 niks meer voor lief te nemen, en ervan uit te gaan dat we zeker tot in 2021 in semi-permanente isolatie zouden doorbrengen. In plaats van iedere keer vol overgave plannen te maken en die vervolgens weer in rook te zien opgaan, dreef ik mee op de golven van de maatregels, zo goed en kwaad als dat ging.

Lees hier verder! →

Lockdown #2

Laten we leed niet met leed vergelijken.

Mark Rutte zei in zijn toespraak maandag dat hij een beroep doet op de veerkracht van alle Nederlanders. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar inmiddels voel ik me een elastiek dat zo ver is opgerekt dat er haarscheurtjes zichtbaar worden. Toen ik in het voorjaar speculeerde over een totale lockdown in het najaar vanwege een tweede golf, wuifden mensen dat nog weg. Ik snap dat: het was toen nog onvoorstelbaar, en als het al voorstelbaar was, dan maakte de gedachte eraan zo hopeloos dat we het toch snel maar weer terugduwden in het hoekje met andere onwaarschijnlijke speculaties. But here we are. Lockdown nummer twee, tijdens de feestdagen nog wel.

Het eerste dat gebeurt wanneer er – ondanks al onze goede hoop – nieuwe maatregels worden aangekondigd is begrijpelijk: in hun machteloosheid worden mensen kwaad, en bij gebrek aan schuldige richt de woede zich op anderen, om de meest uiteenlopende redenen. Dat krijg je wanneer iedereen tegelijkertijd geprikkeld of ronduit uitgeput of in paniek is, en er geen uitweg is.

Mensen met kinderen zijn boos op de mensen die op Black Friday gingen shoppen, omdat die voor de besmettingsexplosie hebben gezorgd. Mensen zonder kinderen zijn boos op mensen met kinderen, die hadden maar geen kinderen moeten krijgen als ze het niet leuk vinden om ermee thuis te zitten. Rechtse mensen zijn boos op linkse mensen, want die wilden per se een lockdown. Horeca-ondernemers zijn boos op de regering, want als de scholen eerder gesloten waren hadden zij misschien weer open gekund.

Lees hier verder! →

Lockdownsigneren

Ook deze lockdown ga ik – net als vorige keer – boeken signeren. Zoek je nog iets om te lezen, of een kerstcadeau voor jezelf of iemand anders? Bestel via mijn webshop een boek, zet erbij voor wie het is, en ik maak er iets moois van!

Bestellen kan hier.

Jaloezie

Componist Louis Andriessen kondigde deze week aan dat zijn nieuwste compositie tevens zijn laatste zal zijn. Hij is 81 en lijdt aan dementie. Toen ik in 2005 compositie ging studeren aan het conservatorium in Den Haag was het een van de laatste jaren dat hij er als docent rondliep. Lesgeven deed hij al niet echt meer, maar af en toe kletste hij nog met studenten. En eigenlijk waren die gesprekjes hele lessen op zich.

Het was Andriessen die me op het hart drukte altijd een goede verliezer te zijn. ‘Als je in het publiek zit als genomineerde en je hoort de naam van een ander, applaudisseer dan niet alleen, maar gun die ander met heel je hart de prijs. Oprecht blij zijn voor anderen is het enige recept tegen verbittering.’ Het was dezelfde Andriessen die ondanks zijn internationale succes altijd een van zijn studenten meenam naar zijn eigen premières, zodat hij de hele avond kon doen alsof hij diep in gesprek was, zodat hij niet met vreemden hoefde te socializen.

Lees hier verder! →

Jarig

34. Vierendertig. Godskolere wat een leeftijd. En mijn vierendertigste jaar was niet het beste, kunnen we wel stellen. Met een joekel van een depressie, een coronacrisis, een jaar van afgelaste shows en hobbelen van de ene naar de andere lockdown. Maar goed: dat geldt voor ons allemaal (op die depressie na, dan). Straks is 2020 voorbij en zijn we allemaal verjaard in een jaar dat er weinig tot niks te vieren viel.

Wat doe je dan? Ik vier mijn verjaardag zelden tot nooit. Ik hield ermee op toen ik 22 was, en bedacht dat dat vieren van niemand moet. Er viel een last van mijn schouders. Niet meer uit alle macht feestjes organiseren, geen stress om wie er wel en niet komt. Sinds ik met Bram ben gaan we voor onze verjaardagen goed uit eten, en dat is een feestje op zichzelf.

Maar nu is er Rudi, en Rudi is vier, en opeens is jarig zijn een Enorm Belangrijk Iets. Al maanden vraagt ze wanneer ik nou jarig ben, en sinds vorige week is ze volledig in de stress omdat er cadeautjes geregeld moeten worden en “stiekem overleg met papa” gepleegd wordt, en plotseling voel ik mijn verjaardag weer naderen als vroeger. Niet precies hetzelfde, maar haar enthousiasme en anticipatie is aanstekelijk genoeg om een milde feeststemming te veroorzaken.

En is dit niet juist het perfecte moment om te vieren? Dit jaar woon ik precies de helft van mijn leven in Utrecht, ben ik acht jaar samen met de beste persoon ter wereld (voor mij dan), ging mijn kind naar school, knokte ik me succesvol terug uit mijn vijfde (denk ik) depressie, bracht ik mijn eerste dichtbundel uit, en begon ik weer te lezen, piano te studeren en Russisch te leren. Het was geen verloren jaar. Allerminst.

Laat deze verjaardag een fijn jaar inluiden. Waarin corona langzaam naar de achtergrond verdwijnt en we gewoon weer mogen knuffelen. Waarin het vervolg op Concept M uitkomt, net als mijn nieuwe album (een album en een boek binnen een jaar? JA! Want why the hell not). Laat maar komen. 2021 wordt crazy awesome.

SGP, nee!

Een paar dagen geleden reed ik op de A12 bij Zoetermeer toen ik een enorm billboard zag met een advertentie voor de “Week van het ongeboren leven”. Elk jaar opnieuw zie ik deze campagne, en elk jaar is het weer alsof iemand me een mes in de ribben douwt. En dat terwijl ik zelf het geluk heb gehad nooit een abortus te hoeven ondergaan. Kun je nagaan hoe het moet voelen wanneer je dat geluk niet hebt gehad.

Want zo zie ik het: geluk of pech. Ik ken veel meisjes en vrouwen die voor een abortus hebben gekozen, maar ik ken er geen die daar lichtzinnig over gedaan heeft. In vrijwel alle gevallen was de zwangerschap botte pech. Zwanger dwars door de pil of het spiraaltje heen, zwanger na ongewenste seks, zwanger omdat fatsoenlijke voorlichting ontbrak, of een gewenste zwangerschap van een zwaar gehandicapte vrucht. Dat is geen domheid of laksheid, het kan ieder van ons overkomen, mij ook. Ik heb het geluk gehad dat dat nooit is gebeurd.

Was het wel gebeurd, dan weet ik zeker dat het voor mij – net als voor andere vrouwen – een helse keuze zou zijn geweest. En toch maak je die keuze in sommige gevallen. Want met een abortus kies je niet voor de dood, je kiest voor twee levens. Enerzijds dat van jezelf, waarin voor een ongewenst kind geen plaats is, anderzijds voor het hypothetische leven in je buik, dat om allerlei redenen een ongelukkig leven zou zijn geworden. Dat is geen fijne of mooie keuze, vrouwen nemen geen abortus omdat het een leuk uitje is. Wanneer begint conservatief Nederland dat nu eens te geloven?

Lees hier verder! →

Tweede lockdown

Tot nu toe ging het me redelijk af. Natuurlijk, de wereld staat in brand, maar ik kon precies genoeg cognitieve dissonantie aan de dag leggen om me stiekem best happy te voelen in mijn kleine coconnetje, met man, kind, kat en gevulde koelkast. En ik bevind me ook in een bevoorrechte positie. Ik heb geen financiële zorgen, kan mijn werk grotendeels gewoon vanuit huis doen, en heb nog geen ernstig zieken in mijn directe omgeving. Dus hup, schouders eronder.

Ik weet niet exact wát er veranderd is, maar sinds dit weekend begint dat zorgvuldig getimmerde bouwwerk van acceptatie en doorzettingsvermogen vervaarlijk te kraken.

Nee, ik heb nog steeds niemand verloren, doe mijn werk graag, en heb een fijne thuissituatie. Maar het nieuws van de afgelopen week deed een emmer overlopen die klaarblijkelijk al vol zat, en ik had het niet eens door. Het schrikbarende aantal besmettingen in België (waar mijn schoonfamilie woont), de strengere maatregels, historisch warme eerste novemberdagen, Trump die wellicht herkozen wordt (of gewoon een burgeroorlog begint, weten wij veel). Het is bijna onmogelijk om me nog af te sluiten van de dreigingen van buiten.

Lees hier verder! →

Meeveren

Net als bij de miljoenennota was er maandag natuurlijk alweer van alles uitgelekt. Zogenaamd “vervelend”, maar ik weet zeker dat het kabinet die lekkages zelf ensceneert om alvast een deel van de schok weg te nemen, zodat er op dinsdagavond na de persconferentie geen rellen uitbreken. Dus was het niet eens zo spannend gisteravond. De horeca weer dicht, zalen maximaal 30 bezoekers, de hele rataplan. En hoewel we het allemaal zagen aankomen, en de maatregelen niet meer dan logisch zijn (in mijn ogen dan), toch is het weer slikken.

Ik verkeer in de gepriviligeerde omstandigheid dat ik relatief weinig zorgen heb. Ik ben de komende maanden sowieso nog een boek aan het schrijven, een bezigheid die zich perfect leent voor lockdowns. En daarna? Dat zien we dan wel weer. Maar ik maak me zorgen over mijn sector, de cultuurbusiness. Want zoals het er nu uitziet kunnen zalen pas weer meer dan 60 mensen ontvangen op het moment dat er een vaccin is en iedereen is ingeënt. Ik ben geen deskundige, maar ik durf toch te speculeren dat dat nog wel een jaartje gaat duren.

En dan? Nou, voorlopig zullen de theaters sluiten. Ga maar na: met maar 30 betalende bezoekers en geen baromzet draait iedere productie verlies. Gaat er een noodpakket zijn vanuit de overheid, of zeggen die: “Ja maar je HOEFT niet dicht”? Ik vrees het laatste. Dan zullen er een hoop zalen en festivals omvallen, en die gaan niet zomaar terugkomen.

En dan zijn er nog de bands, de theatergezelschappen, de orkesten. Hoe overbruggen die een jaar? Hoe zorgen musici dat ze in vorm blijven én dat ze te eten hebben? Een professionele carrière zet je niet zomaar een jaar stil om in een callcenter te gaan werken…

Ondertussen staan de sociale media vol met horrorverhalen uit de zorg, met de mededeling: niet klagen, COVID is erger dan een paar maandjes lockdown. En dat klopt. Maar het een sluit het ander niet uit. Soms vergeten we dat je én voor strenge maatregelen kunt zijn omdat je ziet dat die nodig zijn, én tegelijkertijd oog kunt hebben voor de menselijke en maatschappelijke drama’s die zich ondertussen voltrekken. Volgens mij is dat wat we moeten doen. Meeveren (veranderen kun je de omstandigheden toch niet), accepteren (het is nu eenmaal nodig) en oog voor elkaar houden. Geen wedstrijd in leed ontketenen: we hebben het allemaal moeilijk, op kleine en grote manieren. Zorg voor elkaar, bied troost, en zorg ondertussen ook een beetje voor jezelf. 

Tweede Golf

De rek is eruit.

Woensdagavond stond ik in de regen bij de bushalte te wachten. Naast mij, meer dan anderhalve meter verder, zat een meisje met bruine krullen. Toen ik aankwam was ze aan het praten met een donkere jongen met een petje op en een joint tussen zijn vingers. Het rook naar vroeger. Ze kenden elkaar duidelijk pas net, dat merkte je aan het voorzichtige aftasten dat bij spontane ontmoetingen hoort.
‘Vind je het erg dat ik een jointje rook?’
‘Nee joh,’ antwoordde het meisje. ‘Weet je waarom ik naar huis ga? Omdat ik dan lekker jointje kan klappen, snap je?’
De jongen gooit zijn armen in de lucht. ‘Niet! Wij zijn soulmates, man. Welke bus neem je?’
‘Lijn acht, naar Lunetten.’
’Niet waar, ik ook! Dit is mijn dag, man!’
Als ik mijn eigen bus naar huis in stap – lijn 74 – vraag ik me af hoe het kan dat dit tafereeltje me ontroert. Het moet ermee te maken hebben dat ik al zo lang geen getuige meer ben geweest van een ontmoeting tussen vreemden. We zijn inmiddels perfect getraind de vreemde ander met een boog te ontlopen, we komen niet meer in de kroeg om aan de bar aan de praat te raken met iemand die je nieuwe beste vriend van de avond blijkt te zijn, we zien in vreemden geen mogelijkheden meer, alleen nog potentiële besmetting.
En dat is het. Niet dat ik voorheen zo vaak in de kroeg kwam. Sterker nog, ik heb het idee dat ik die tijd achter me had gelaten. Maar nu ik erover nadenk: ik sprak mijn portie vreemden na mijn concerten aan de merchtafel wanneer ze een handtekening kwamen halen. Mijn vreemden waren de technici waarmee ik na de soundcheck nog even snel een bak chinees naar binnen schoof. De organisatoren van literaire festivals waarmee ik na afloop bleef kletsen. We hebben onze onbekenden nodig. Mijn kring van bekenden is overzichtelijk, waardevol en warm en zorgt ervoor dat ik niet eenzaam ben, maar blijkbaar bestaat er toch een behoefte aan contact leggen met vreemden. Het vervult me met weemoed naar een tijd die niet meer terugkomt. Het doet de vraag rijzen wat menselijkheid inhoudt.

Lees hier verder! →