Categorie: Persoonlijk

Zenuwen

Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding gehad met concerten geven. Dat wil zeggen: in 90% van de gevallen is het pure liefde. Ik voel me thuis op het podium, vind niets zo fijn als contact maken met het publiek, zien dat mensen genieten, en proberen boven mezelf uit te stijgen. Als ik eenmaal op een podium sta is er geen ruimte voor depressie of angst, daar ben ik gewoon Aafke die gaat optreden en daar heb ik mijn volle aandacht en concentratie voor nodig. Dus ook als ik totaal niet lekker in mijn vel zit, werkt optreden als een medicijn. Ik kom altijd beter van het podium dan dat ik erop ging.

Maar in die overige 10% van de gevallen… ben ik zenuwachtig. En niet zomaar een beetje kriebels, maar echt full blown paniekerig. Ik zweet, tril, heb angstaanvallen, en snap niet waarom ik ooit bedacht heb dat muzikant zijn een goed idee was. Die zenuwen zijn weg zodra ik op het podium sta, alleen die uren ervoor zijn echt slopend. Het is ook niet voorspelbaar voor welke show ik nerveus zal zijn: het steekt bijna random de kop op en als het er eenmaal is dan kan ik er niet aan ontsnappen.

Alhoewel, helemaal onvoorspelbaar is het nou ook weer niet. Ik ben voor belangrijke/grote shows en shows waar ik veel nieuw werk ga spelen vaker nerveus dan voor kleine shows die ik op routine kan draaien. Op zich logisch natuurlijk, maar ook vervelend, want belangrijke shows zijn… juist ja: belangrijk. Het plannen van een tour is dan ook altijd een emotioneel huzarenstukje. Aan de ene kant sta ik te juichen bij iedere bevestigde show die ik mag aankondigen, het zijn allemaal kleine cadeautjes. Aan de andere kant probeer ik direct mijn agenda voor en na de speeldagen vrij te maken, zodat ik rust kan nemen als ik overvallen word door zenuwen.

Deze zomer was wat dat betreft een grote achtbaan. Eerst zou ik voor het eerst een heel festivalseizoen draaien in België (YES!), daarna ging opeens niks meer door (OH NO! en later: OK! VAKANTIE!), en nu worden er halsoverkop ontzettend veel kleinschaligere evenementen georganiseerd in België, waardoor ik alsnog een superdrukke tweede helft van de zomer ga krijgen (YES!!! BELGIË, HERE WE COME!). Eerder zou ik door het snelle omschakelen alleen al nerveus zijn geworden, want grote veranderingen in mijn planning en agenda zijn zeg maar niet echt mijn ding (ja, ik hoor je denken: hoezo kies je dan niet voor een kantoorbaan? Goede vraag!). Maar nu is er iets geks aan de hand.

Sinds ik mijn nieuwe medicijnen slik ben ik niet meer nerveus. Niet meer voor drukke dagen, niet meer voor plotselinge veranderingen, en ook niet meer voor concerten. Huh, kan dat? Blijkbaar! De grootste tekst moet nog komen: volgende week vrijdag is de eerste show in België pas, maar tot nu toe ben ik verdacht rustig. Ik heb er vooral heel veel zin in. Maar echt. Een half jaar niet gespeeld, en nu krijg ik de kans om voor een heel nieuw publiek mijn allerbeste show te laten horen, dat is echt het snoepje van deze zomer. Ik hoop dat jullie erbij kunnen zijn!

(ps: voor mijn shows, kijk bij de livedata rechts op deze site! :-))

Haters

Soms vragen mensen me hoe ik toch omga met al die nare mensen op twitter. En het moet gezegd: er zitten een hoop nare mensen op twitter. Zeker wanneer je zoals ik de neiging hebt om tweets over politieke aangelegenheden te posten, ben je al snel het slachtoffer van een hele horde anonieme accounts die je vertellen dat je niet deugt (of juist wel, is maar net vanuit welke politieke hoek de haat komt), vaak vergezeld van een hele horde scheldwoorden en bedreigingen waar de honden geen brood van lusten. Dat is schandalig natuurlijk, maar ik kan in alle eerlijkheid zeggen: het doet me niks.

Dat is niet altijd zo geweest. De eerste keren dat ik bedreigd werd, nu een jaar of vijf geleden, was ik dagenlang overstuur en bang. Waarom haten mensen mij zo? Komen ze nu naar mijn huis om me iets aan te doen? Wie zijn toch al die anonieme mensen? Het kostte me veel moeite om het van me af te zetten. Best logisch als je bedenkt dat een aantal van die anonieme trollen me bleven bestoken met de oproep om zelfmoord te plegen. Dat ligt in mijn geval nogal gevoelig, en ik was redelijk van de kaart.

Ik schreef destijds een artikel voor de Volkskrant over anonieme pestkoppen, en interviewde daarvoor een aantal prominente mensen met veel meer volgers dan ik, die veel stelselmatiger te maken hebben met dit soort verbaal geweld. En allemaal zeiden ze me hetzelfde: “Gewoon blocken. Al die accounts blocken. Zonder blocken heb je geen leven op Twitter.” Daar had ik nog niet eerder over nagedacht. Blocken vond ik zo onaardig. Maar eerlijk is eerlijk: iemand bedreigen is ook niet heel aardig. En dus begon ik te blocken en te negeren. In het begin veel werk, maar al snel merkte ik wat een rust het oplevert.

Lees hier verder! →

Zweetseizoen

Ik heb een haat-liefdeverhouding met hitte. De zomer is voor mijn humeur veruit het beste seizoen: licht, buiten, bloemen, groen, water: het kost me mentaal veel minder moeite om overeind te blijven dan in de herfst en de winter, waarin alles in het teken staat van kou, donkerte en vergankelijkheid. Maar lichamelijk is de zomer zwaar.

Sinds ik antidepressiva slik (en dat is al best een tijdje) roep ik altijd dat ik zo’n geluk heb dat ik weinig last heb van bijwerkingen. En dat is ook zo. Relatief gezien heb ik weinig last. Ik hou geen vocht vast, heb geen droge mond, geen constante hoofdpijn. Er is één maar, en dat is wanneer het warmer wordt dan 25 graden. Dan begin ik ’s ochtends te zweten, en hou ik niet meer op. Ik hoef maar drie stappen te zetten (letterlijk) en het zweet gutst van mijn hoofd af.

Lees hier verder! →

“Het”

Een paar dagen geleden voelde ik het. Wat “het” is is lastig te omschrijven wanneer je nooit antidepressiva hebt geslikt, maar het betekent dat de pillen beginnen te werken. Het ziet eruit als: wakker worden en na tien minuten bedenken dat ik me nog niet één keer heb afgevraagd hoe ik me voel. Het is: net voordat ik in slaap val denken aan de dingen die morgen op het programma staan en constateren dat ik in al die dingen best wel zin heb, ook al zijn het geen bijzondere of spannende dingen.

Het voelt als: alsof je zo lang tegen de stroom in hebt gezwommen dat je vergeten was hoe het voelt om met de stroom mee te drijven. En dat de zon schijnt.

Niet dat alles nu vanzelf gaat, maar het gaat in proportie. Gisteren voelde ik me niet lekker. Ik had een koffie te veel gedronken (dom!), ik werkte aan een track die maar niet wilde lukken, het regende buiten, ik keek de Netflixserie over Jeffrey Epstein en verloor me in twijfel aan mijn werk en woede over al het onrecht in de wereld.

En heel even voelde ik: als ik nu mijn pillen niet had gehad, dan was ik zo – hopla – het diepe in gedoken, om pas dagen later weer omhoog te klauteren. Ik haalde adem. Pillen lossen onrecht en twijfel niet op, maar zorgen voor een bodem. En dus stond ik op, en besloot Rudi eerder op te halen bij de opvang. En toen dat vierjarige brokje liefde en energie op me af kwam rennen, knuffelde ze me zo hard dat ik mijn evenwicht verloor en omkukelde.

En ik dreef weer mee met de stroom. En de zon scheen, terwijl het regende.

Sukkelen

Acht maanden sukkelde ik. Nee, negen maanden. Vanaf de eerste diepe paniekaanval tot aan het moment, nu acht weken geleden, dat ik mijn oude psychiater belde.

Net voor kerst zeiden mijn ouders al: zou je niet toch gewoon een psychiater zoeken? Ik raakte in paniek, werd boos, begon te huilen. ‘Ik wil niet dat jullie zeggen dat ik het niet goed doe. De huisarts heeft gezegd dat het niet zo ernstig is, en dat het met een paar gesprekken over mindfulness waarschijnlijk gewoon over is. Niet ALLES is meteen een erge depressie.’

Waarom ik zo boos was? Mijn herstelproces, en hoe ik dat aanpakte, was het enige waar ik nog een soort van controle over had. Of het herstellen lukte, hoe ik me voelde, dat was elke dag een loterij. Ik wilde niet dat iemand dat beetje controle van me afnam, ook al zag iedereen hoe slecht het ging en dat er grover geschut nodig was.

Lees hier verder! →

De recensent

Vandaag was het een Gezaghebbend Literair Recensent die het veld moest ruimen wegens onbehoorlijk gedrag richting jonge debutantes. Ik heb nooit iets van doen gehad met deze recensent, en hij heeft mij altijd genegeerd, tot één vernietigende recensie een maandje geleden, dus ik zal hier geen tirade tegen zijn persoon afsteken. Dat zou niet alleen ongeïnformeerd zijn, maar ook onvermijdelijk rieken naar rancune. En daar gaat het nu niet om.

Daar gaat heel #metoo niet over.

Elke keer dat een machtsmisbruikende hoogwaardigheidsbekleder wordt ontmaskerd is dat natuurlijk een kleine en grote overwinning voor hen die al die tijd van hem (of haar) afhankelijk zijn geweest, maar uiteindelijk gaat het niet om specifieke personen, maar om het web van constante alertheid en zelfverloochening die al deze losse personages tezamen spinnen.

Het gaat allereerst om teleurstelling. Idolen die van hun voetstuk vallen.

Het gaat om de Grote Schrijver van middelbare leeftijd wiens boeken je als tiener verslond, die je op je achttiende na een literaire avond treft in de foyer, die urenlang geïnteresseerd doet wanneer je het hebt over je eigen literaire ambities, jou vervolgens je nummer ontfutselt en je midden in de nacht een sms stuurt. “Wanneer gaan we neuken? Volgende week zijn mijn vrouw en kinderen op vakantie. Ik stuur een taxi, zeg maar welke dag.”

Het gaat om het besef dat langzaam indaalt: het hoort er nu eenmaal bij.

Het gaat om de docent op het conservatorium die je in een dronken bui vertelt dat ze jou hoe dan ook hadden aangenomen. ‘Hoe had dat anders gekund met die mooie tietjes van je?’ Het gaat erom dat je in je verwarring niet weet of je boos of gevleid moet zijn, en leert meelachen alsof je hem respecteert en exact hetzelfde zou hebben gedaan. Alsof je one of the guys bent.

Het gaat om het instinct dat je onherroepelijk ontwikkelt, het instinct om aan de kleinste details te herkennen wat iemands werkelijke intenties zijn.

Het gaat om die keer dat je als jonge artiest gesprekken voert met boekers, labelbazen en managers en verbaasd bent dat je wordt uitgenodigd door een boeker van een Groot Kantoor, en dat hij vervolgens een korte koffieafspraak rekt tot een gesprek van drie uur waarin hij weigert om over jou of je muziek te praten, maar wel zes keer laat vallen dat zijn verkering net uit is. Het gaat erom dat je nooit precies weet waarom je uitgenodigd wordt.

En het gaat over angst en walging.

Het gaat over die keer dat je je maandenlang verheugd hebt op een studiosessie met een Beroemd Producer en hij terwijl je zit te werken aan je track achter je komt staan en vanuit het niets met zijn kruis tegen je schouders begint te wrijven. Het gaat erom dat je eerst denkt: dit is niet echt, ik begrijp het vast verkeerd. En dat je pas wanneer je voelt dat hij een erectie heeft de gedachte toelaat dat het wél echt is. En dat je vervolgens tot je eigen verbijstering hem geen klap geeft, zoals je je altijd had voorgenomen, maar dat je bevriest, je schaamt en dat je gewoon terugkomt voor een volgende studiosessie, gewapend met een lijst tactieken om zonder hem te moeten beledigen toch zonder kleerscheuren de dag door te komen, omdat je die track wil afmaken en geen scène wil schoppen.

Het gaat erom dat je een lijst van tactieken hebt. Maak een grapje, wiebel je met een smoes onder een volgende afspraak uit, zorg dat je niet alleen bent, trek wijde kleding aan. En het gaat erom dat je vervolgens alsnog soms je eigen grenzen overschrijdt. Uit angst werk te verliezen, uit angst voor escalerend geweld, of gewoon omdat je je eigen grenzen al zo vaak hebt moeten verdedigen dat je te moe bent om het nog eens te doen.

Er is een recensent weg, maar er komt een volgende voor in de plaats. Het gaat om dat web van achterdocht en hoe we onszelf leren om onze instincten te negeren. De cognitieve dissonantie waarin we onszelf wijsmaken dat hij het echt heus niet zo bedoelt en dat het heus geen kwaad kan. Het gaat erom dat we ons blijven concentreren op het ontmantelen van dat web, ook na vandaag, na deze recensent, ja zelfs wanneer #metoo z’n kracht heeft verloren en alleen nog bestaat als voetnoot in de geschiedenis.

Kapitalisme-detox

Confession time. Ik heb er al vaker over geschreven, maar het blijft een beetje een heikel punt, omdat ik me er nogal voor schaam. Wat dan? Here goes. Al zo lang als ik me kan herinneren geef ik graag geld uit aan spullen die ik niet per se nodig heb. Ik heb meer dan 50 paar schoenen, drie kasten vol kleding, meer dan 150 kleuren nagellak, twee lades vol met stickers en washitape, meer planten dan in mijn huis passen, 30 brillen en een hele zwik designertassen. En had ik het al over oogschaduwpaletten en lippenstift? Die heb je nooit genoeg, trust me.

Ik weet het: het is een hobby die ik deel met veel mensen, maar ik heb het altijd verontrustend gevonden hoezeer het in de haarvaten van mijn bestaan kruipt. Jarenlang had ik mijn neigingen redelijk onder controle, maar sinds de quarantaine loopt het langzaam weer de spuigaten uit. Want als je de hele dag thuiszit is niks zo leuk als je verheugen op een pakketje, toch?

In mijn geval was de afgelopen periode een dubbele trigger: mijn kooplust wordt erger als ik depressief ben, en als ik me verveel. De afgelopen maanden waren kortom kassa voor het kapitalisme.

En zo begon het weer. Als ik me verveel: even scrollen door Zalando, kijken of iets van mijn verlanglijstje korting heeft. Omdat ik toch nergens heen kan besluit ik de hele slaapkamer en het balkon te verbouwen en bestel ik nieuwe meubels, planten, verf, bloempotjes op marktplaats… oh leuk, mondkapjes naaien. Mag ik best zes nieuwe lappen katoen bestellen met leuke printjes want hey, we gaan er niet saai bijlopen, toch? En trouwens, nu mijn bewegingsruimte beperkt is tot het park voor mijn deur mag ik best inlineskates bestellen om tenminste niet elke dag te moeten gaan hardlopen.

Het gevolg? Wekenlang iedere dag wel een pakketje voor de deur. Superleuk allemaal, maar zo langzamerhand voel ik me meer junk dan kind op sinterklaasavond. En dus ga ik iets doen dat ik eerder al ooit probeerde, maar zonder succes. Ik hoop dat het dit keer wel lukt.

Ik ga drie maanden niks onnodigs kopen. Dat klinkt makkelijk, maar in mijn geval is het dat….. niet. Het betekent honderd keer per dag NEE zeggen tegen mezelf. NEE niet even de Hema binnenlopen. NEE niet even op die insta-reclame klikken. NEE niet even op Marktplaats. Ik heb een mooie beloning in het vooruitzicht gesteld, maar dit is voor mij moeilijker dan stoppen met roken. Mochten jullie tips hebben: geef ze. Ik kan alle hulp gebruiken!

Persoonlijke update

Een kleine update over hoe het met me gaat. tl;dr: best aardig, maar we zijn er nog lang niet. Twee maanden geleden had ik mijn laatste crisis, toen langzaam indaalde dat niemand weet hoe lang de coronacrisis gaat duren, en mijn therapiegroep tot nader orde werd stopgezet, waardoor mijn vangnet plotseling wegviel. Zat ik weer bij de crisisdienst. ‘Sorry dat ik hier alweer ben, ik hoop dat ik geen kostbare tijd inneem van mensen die echt iets ergs aan de hand hebben.’

Ik kreeg een nieuw middel voorgeschreven, dat prima werkte tegen angst, maar waarvan ik zo hard ging trillen dat ik nog geen kopje thee meer kon vasthouden. Kortom: mijn lever vond het geen feestje. Dan maar weer afbouwen. Bij de crisisdienst moesten ze mijn dossier weer afronden, andere psychiaters en afdelingen doen nu geen intakes, dus was het advies: zie maar te overbruggen totdat de coronacrisis is afgelopen, dan zien we wel weer verder.

Ik moet je zeggen: ik was redelijk ten einde raad. Voor mijn gevoel was ik al acht maanden aan het aanmodderen en overbruggen, en ik wilde niets liever dan werken aan een structurele oplossing. Ik heb verdomme zeven jaar probleemloos gefunctioneerd, ik wil toewerken naar nóg zo’n periode, en ik weet dat ik dat kan.

Maar niet alleen.

Niet in een zee van eindeloze dagen waarop de enige manier om met mijn chronische angst en paniek om te gaan een slaappil is.

Op een ochtend, nu een week of drie geleden, schoot opeens door mijn hoofd dat ik mijn oude psychiater wel eens kon bellen, misschien dat hij iets wist. Hij was de eerste bij wie ik in behandeling ging, en ik heb ‘m al twaalf jaar niet gesproken, maar wie weet. Hij nam op, en blijkt nog net niet met pensioen te zijn. Al helemaal bizar: hij kende me nog. ‘Had maar eerder gebeld,’ zei hij. ‘Ik sluit dossiers van patiënten nooit af, zo kunnen ze altijd per direct terugkomen, zelfs na twaalf jaar.’ Nog geen uur later had ik weer een behandelend psychiater, en, belangrijker nog: een plan om op nieuwe medicatie over te stappen.

Ik ben me ervan bewust dat ik me in een gepriviligeerde situatie bevind: mijn psychiater kost geld, en dat wordt niet allemaal vergoed. Ik kan het me veroorloven om naar een vrijgevestigd arts zonder wachtlijst te gaan, maar die luxe is niet voor iedereen weggelegd.

Het overstappen naar nieuwe medicijnen is overigens ook geen uitje naar een pretpark. De eerste weken worden de angstklachten alleen maar erger, waardoor een soort roes van lichte paranoia ontstaat waaruit ik nu langzaam ontwaak. Het goede nieuws is dat de paniek weg is. Het slechte nieuws is dat ik zal moeten accepteren dat mijn emotionele leven de komende tijd zo vlak is als de Flevopolder. Dat biedt wel tijd om te herstellen, te werken en vooruit te kijken.

Nu de paniek weg is heb ik eindelijk – ein-de-lijk – de moed opgevat om verder te gaan aan het vervolg op Concept M. In een voorzichtig maar doelgericht tempo werk ik aan de eerste hoofdstukken. En eindelijk, voor het eerst in een jaar, begin ik het gevoel te krijgen dat ik het misschien nog kan: een boek schrijven.

Medicatie

Vandaag wil ik het even hebben over medicijnen, en dan met name die tegen psychische aandoeningen. Of ja, specifiek: MIJN medicijnen. Ik ben er altijd open over geweest dat ik heel veel baat heb bij citalopram, het antidepressivum dat ik inmiddels alweer 14 jaar slik. Ik begon ermee op mijn negentiende, toen mijn eerste écht heftige depressie na acht maanden nog altijd van geen wijken wist, en ik slik het nog altijd.

Ik was er tot voor kort ontzettend tevreden mee. Het hield de meeste angst eronder, slechte periodes duurden korter, en ik had weinig last van bijwerkingen. Ja, ik zweet in de zomer zo hard dat ik een beter wet-look heb dan het kapsel van Peter André in 1998 (google maar even als je geen generatiegenoot bent), maar dat was het dan ook wel.

Maar de laatste tijd begon er iets te knagen. Sinds augustus heb ik – zoals je misschien wel weet – een paar behoorlijk slechte periodes gehad. Ik verhoogde de dosis citalopram, maar dat hielp maar een paar weken, daarna was het weer bal. Op mijn slechte momenten slikte ik flink wat oxazepam bij (da’s een kalmeringsmiddel), maar nooit lang, omdat het spul superverslavend is en ik heb een broertje dood aan dingen die superverslavend zijn. Nou ja ok, behalve online shoppen dan, maar dat is een ander verhaal.

De laatste slechte periode zei een psychiater op de crisisdienst: ‘Misschien werkt de citalopram niet meer, dat zou helemaal niet zo gek zijn, na 14 jaar.’ Ik had daar nog nooit over nagedacht, maar het klonk niet onlogisch. ‘We gaan iets anders proberen, ik geef je een microdosis olanzapine, een antipsychoticum.’

Daar schrok ik wel even van, want ik ben nooit psychotisch geweest, zelfs niet een beetje of bijna. Maar de psychiater vertelde me dat steeds meer onderzoek uitwijst dat antipsychotica ook heel effectief zijn bij ernstige angstklachten. En laat ik nou net verlammende angstaanvallen hebben. Ik zat er zo doorheen dat ik zei: ‘I’ll try anything.” Dus daar gingen we.

Nu, een tijdje later, ben ik ontzettend blij dat die psychiater me op dat moment trof, en deze beslissing nam. De laatste paar crises bezwoer ik door mezelf plat te leggen met oxazepam en dagenlang te slapen. Nu sliep ik de eerste twee dagen ook, maar de paniek was weg. Alsof iemand er een glazen stolp overheen had gezet. Ik kon er nog wel naar kijken, maar het niet aanraken. En na de eerste twee dagen was ik wakker, alert, en angstloos. Een verademing.

We zijn er nog niet. De bijwerkingen van olanzapine zijn nogal jammer. Ik tril zo erg dat ik steeds dingen uit mijn handen laat vallen en weinig kracht in mijn handen heb. Je stofwisseling vertraagt ernstig waardoor de meeste patiënten erg veel aankomen, en sneller diatbetes krijgen. Geen bezoekje aan de Efteling, zullen we maar zeggen. Maar er zijn nog alternatieve middelen die ik kan proberen, en eerst moet ik maar eens afwachten of de bijwerkingen nog wegtrekken…

Ik merk wanneer ik hierover praat of schrijf dat er nog veel taboe ligt op het openlijk praten over medicijngebruik, en over voors en tegens, en twijfels, en op- en afbouwen en wisselen van medicatie. Ik zou het echt superfijn vinden om van anderen te horen wat hun ervaringen zijn, en hopelijk kunnen we er ooit over praten (en janken en lachen) alsof het gaat over fysieke mankementen.

Coronadagboek #9

24 maart 2020

 

Vandaag liggen schepen onbemand aan de kade
water klotst tegen de trossen, iemand staat te roken
de wind waait zonder iemand te vertragen
alles gaat zijn gang

behalve ik.
Ik wilde opschrijven wat ik vandaag gedaan heb
en moest opzoeken welke dag het is
de tijd bestaat alleen nog uit donker en licht

We zijn teruggeduwd in een hoek
die we alleen kennen van verhalen
ik probeer met man en macht te wennen
maar mijn pogingen waaien weg.

 

Gedurende de coronacrisis hou ik een dagboek bij waarin ik in proza en gedichten probeer te laten zien hoe het me vergaat. Wil je me steunen? Heel graag! Bestel iets in mijn webshop (bijvoorbeeld mijn bundel Leegstand), of doneer een kopje koffie.