Spoiler: Alles komt goed

De afgelopen weken gebeurde er iets bijzonders met mijn nummer Spoiler. Vanuit België kreeg ik filmpjes en foto’s binnen waarop mensen het nummer draaiden en het refrein meezongen of in beeld brachten.

Op zich best toepasselijk: het refrein is 8x “Alles komt goed”.

Omdat het nummer opeens veel gedraaid wordt heb ik besloten om het officieel als single uit te brengen. Met bijbehorend artwork, waarvoor ik de awesome Michiel Schuurman, die ik al een tijdje volg en bewonder om zijn psychedelische en kleurrijke posters. Speciaal voor Spoiler maakte hij gifjes om te delen, dus doe dat vooral!

Wil je me helpen? Stream Spoiler, deel het nummer en de gifjes, en vooral de boodschap ALLES KOMT GOED. Maak je eigen filmpjes, tekeningen, foto’s, en tag me, dan deel ik ze. Spread the word.

Star Trek en Corona

De afgelopen wekenheb ik een paar keer de vraag gekregen of het niet raar is om mee te maken dat je eigen sciencefictionverhaal opeens bewaarheid blijkt te worden. Nu zijn er bij die vraag wel een aantal kanttekeningen te plaatsen. Mijn debuutroman Concept M kwam uit in 2018 en gaat over het jaar 2020, waarin een mysterieuze ziekte ruim de helft van de Europese bevolking treft.

Tot zover de overeenkomsten tussen boek en realiteit – ik ben geen Nostradamus. Mijn roman gaat over een genetische afwijking die tientallen jaren nodig heeft om de helft van de bevolking te bereiken, wij leven in een pandemie die zich razendsnel ontwikkelt. Covid-19 is ook een stuk minder ongrijpbaar dan kleurloosheid (de ziekte in mijn verhaal): het is een griepvirus. Nieuw, maar tegelijkertijd geen onverwacht bezoek.

Deze tijd is naar mijn idee voor mij wel minder bevreemdend dan voor veel anderen. Dat komt niet door mijn niet-bestaande voorspellende gaven, maar – denk ik – vooral omdat ik me als sciencefictionauteur op bijna dagelijkse basis probeer voor te stellen hoe onze wereld zou kunnen veranderen door één ingrijpende gebeurtenis. In het geval van Concept M is dat een ziekte, en daarin ben ik verre van origineel. De vraag wat een allesverwoestende ziekte zou kunnen betekenen voor de mens is voer voor menig postapocalyptisch verhaal, en leidt in die verhalen niet zelden tot grootschalige ontwrichting of zelfs vernietiging van de beschaafde maatschappij die we kennen.

 

Voor De Groene Amsterdammer schreef ik een essay over sciencefiction in Coronatijden. Lees hier verder.

Medicatie

Vandaag wil ik het even hebben over medicijnen, en dan met name die tegen psychische aandoeningen. Of ja, specifiek: MIJN medicijnen. Ik ben er altijd open over geweest dat ik heel veel baat heb bij citalopram, het antidepressivum dat ik inmiddels alweer 14 jaar slik. Ik begon ermee op mijn negentiende, toen mijn eerste écht heftige depressie na acht maanden nog altijd van geen wijken wist, en ik slik het nog altijd.

Ik was er tot voor kort ontzettend tevreden mee. Het hield de meeste angst eronder, slechte periodes duurden korter, en ik had weinig last van bijwerkingen. Ja, ik zweet in de zomer zo hard dat ik een beter wet-look heb dan het kapsel van Peter André in 1998 (google maar even als je geen generatiegenoot bent), maar dat was het dan ook wel.

Maar de laatste tijd begon er iets te knagen. Sinds augustus heb ik – zoals je misschien wel weet – een paar behoorlijk slechte periodes gehad. Ik verhoogde de dosis citalopram, maar dat hielp maar een paar weken, daarna was het weer bal. Op mijn slechte momenten slikte ik flink wat oxazepam bij (da’s een kalmeringsmiddel), maar nooit lang, omdat het spul superverslavend is en ik heb een broertje dood aan dingen die superverslavend zijn. Nou ja ok, behalve online shoppen dan, maar dat is een ander verhaal.

De laatste slechte periode zei een psychiater op de crisisdienst: ‘Misschien werkt de citalopram niet meer, dat zou helemaal niet zo gek zijn, na 14 jaar.’ Ik had daar nog nooit over nagedacht, maar het klonk niet onlogisch. ‘We gaan iets anders proberen, ik geef je een microdosis olanzapine, een antipsychoticum.’

Daar schrok ik wel even van, want ik ben nooit psychotisch geweest, zelfs niet een beetje of bijna. Maar de psychiater vertelde me dat steeds meer onderzoek uitwijst dat antipsychotica ook heel effectief zijn bij ernstige angstklachten. En laat ik nou net verlammende angstaanvallen hebben. Ik zat er zo doorheen dat ik zei: ‘I’ll try anything.” Dus daar gingen we.

Nu, een tijdje later, ben ik ontzettend blij dat die psychiater me op dat moment trof, en deze beslissing nam. De laatste paar crises bezwoer ik door mezelf plat te leggen met oxazepam en dagenlang te slapen. Nu sliep ik de eerste twee dagen ook, maar de paniek was weg. Alsof iemand er een glazen stolp overheen had gezet. Ik kon er nog wel naar kijken, maar het niet aanraken. En na de eerste twee dagen was ik wakker, alert, en angstloos. Een verademing.

We zijn er nog niet. De bijwerkingen van olanzapine zijn nogal jammer. Ik tril zo erg dat ik steeds dingen uit mijn handen laat vallen en weinig kracht in mijn handen heb. Je stofwisseling vertraagt ernstig waardoor de meeste patiënten erg veel aankomen, en sneller diatbetes krijgen. Geen bezoekje aan de Efteling, zullen we maar zeggen. Maar er zijn nog alternatieve middelen die ik kan proberen, en eerst moet ik maar eens afwachten of de bijwerkingen nog wegtrekken…

Ik merk wanneer ik hierover praat of schrijf dat er nog veel taboe ligt op het openlijk praten over medicijngebruik, en over voors en tegens, en twijfels, en op- en afbouwen en wisselen van medicatie. Ik zou het echt superfijn vinden om van anderen te horen wat hun ervaringen zijn, en hopelijk kunnen we er ooit over praten (en janken en lachen) alsof het gaat over fysieke mankementen.

Podcast: De familie Romeijn

Er is fijn nieuws. Voor de VPRO en 3FM werk ik al een tijdje samen met mijn zus Anneke Romeijn aan een podcast over de familie Romeijn, waarover verhalen gaan dat die in de Tweede Wereldoorlog niet helemaal aan de juiste kant van de lijn stonden. Vandaag kondigen we de podcastserie officieel aan.

Binnen de familie Romeijn doen een hoop verhalen de ronde over de Tweede Wereldoorlog. En dan niet het soort heldenverhalen die nabestaanden van verzetsstrijders met trots vertellen, maar besmuikt gefluister dat steevast eindigt met “ik weet het ook niet precies” of “het zal allemaal wel niet zo bedoeld zijn geweest.” Zo is er oom Aart Romeijn, die in dienst van de SS stierf aan het Oostfront. Oom Gerrit Romeijn, die zo veel verdiende met het smokkelen van belangrijke documenten dat hij een privévliegtuig kocht. En dan is er nog de vader des huizes, die tijdens de oorlog als politieagent bleef werken in Amsterdam.

In deze podcast gaan de zusjes Anneke en Aafke Romeijn op zoek naar de waarheid achter deze verhalen. Ze interviewen familieleden en duiken in de archieven om uit te zoeken welke rol hun (on)besproken voorouders daadwerkelijk gespeeld hebben in de oorlog.

Maar, deze serie is niet alleen een persoonlijke zoektocht. Het is ook een onderzoek naar hoe families de donkere bladzijdes van hun gezamenlijke geschiedenis verwerken en/of verzwijgen. En hoe Nederland omgaat met een laatste groot oorlogstaboe: een substantieel deel van de Nederlandse bevolking zweeg en keek toe, of deed actief mee met de bezetter. Nu de laatste generatie die ons hierover kan vertellen langzaam uitsterft, wordt het tijd om het doopceel te lichten.

 

Coronadagboek #9

24 maart 2020

 

Vandaag liggen schepen onbemand aan de kade
water klotst tegen de trossen, iemand staat te roken
de wind waait zonder iemand te vertragen
alles gaat zijn gang

behalve ik.
Ik wilde opschrijven wat ik vandaag gedaan heb
en moest opzoeken welke dag het is
de tijd bestaat alleen nog uit donker en licht

We zijn teruggeduwd in een hoek
die we alleen kennen van verhalen
ik probeer met man en macht te wennen
maar mijn pogingen waaien weg.

 

Gedurende de coronacrisis hou ik een dagboek bij waarin ik in proza en gedichten probeer te laten zien hoe het me vergaat. Wil je me steunen? Heel graag! Bestel iets in mijn webshop (bijvoorbeeld mijn bundel Leegstand), of doneer een kopje koffie.

Coronadagboek #8

22 maart 2020

Langzaam begint door te dringen hoe lang deze situatie zal duren. Maanden, een jaar misschien wel. Of langer zelfs. Tot er een vaccin wordt geproduceerd, of er een effectieve behandeling is gevonden. De vrees voor mensenlevens heeft plaatsgemaakt voor de angst dat de wereldeconomie en het politieke systeem dit niet zullen overleven. Sommigen zien kansen, anderen slechts doemscenario’s.

Ikzelf heb inspiratie voor duizend verhalen en voor mijn nieuwe boek, dat – oh ironie – gaat over een pandemie en hoe overheden op geopolitiek niveau falen om daarmee om te gaan. Ik bedacht het verhaal drie jaar geleden, en ben nu bijna bang dat men het niet meer origineel zal vinden tegen de tijd dat het boek uitkomt, aangezien de werkelijkheid me rechts inhaalt.

Toch blijf ik schrijven. Het contrast tussen de gezelligheid en geborgenheid van het gedwongen thuiszitten en de impending doom die de actualiteit over ons uitstort zorgt voor een immense frictie van waaruit verhalen ontstaan. Die kan ik niet onverteld laten.

Vandaag greep het me voor het eerst even echt aan. In Australië heeft men een quarantaine van minimaal zes maanden aangekondigd, en al wist ik wel dat het zo lang zou gaan duren, de eerste concrete stappen in die richting maakten grepen me naar de keel. Ik merkte dat mijn geduld met de dingen langzaam aan het verdampen was. Als ik ergens een hekel aan heb dan is het aan mijn eigen korte lontje, en nu kan ik niet, zoals ik normaal zou doen, even een rondje rennen buiten om stoom af te blazen. Gelukkig hebben we een groot balkon op het zuiden. Ik heb mijn yogamatje uitgerold en mezelf spierpijn gesport.

Coronadagboek #7

20 maart 2020

 

De dingen die niet terugkwamen

We kregen niet de kans ze uit te zwaaien
terwijl ze richting de horizon bewogen
de dingen die niet terugkwamen
waren al weg voordat ik keek

Er waren boten, zeven loofbossen
een feest en een onverteld verhaal
als we geweten hadden dat ze gingen
dan hadden we gehuild

Nu lopen we in boogjes
om de plekken waar ze ooit waren
als we hun naam niet noemen
dan hebben ze nooit bestaan

Coronadagboek #6

19 maart 2020

 

We rennen langs de kade

We zwaaien naar de schippers

Hun boten zijn leeg

De kade is lang

 

Vier dagen nu. Vreemd genoeg went het nieuwe bestaan razendsnel. Het is knus om Rudi en Bram de hele dag om me heen te hebben. Ik vind plotseling rust om een grote treinbaan te bouwen. Al die jaren vermoedde ik dat zich een ramp zou voltrekken wanneer ik thuis zou komen te zitten, nu blijkt het tegenovergestelde. Ik vermoed echter wel dat de eindigheid deze bubbel extra warm en bijzonder maakt. Tegelijkertijd vrees ik ergens nu al het moment dat er niet meer de hele dag een warm, giebelend lichaampje tegen me aan hangt. Een vreemde paradox.

Ik merk wel dat ik al mijn voornemens wat werken betreft volledig laat varen. De afgelopen maanden ben ik hard bezig geweest met het inperken van mijn werktijden. Niet meer buiten kantooruren, niet te veel projecten tegelijk… maar nu alles op het spel staat heb ik zoveel ideeën en zoveel angst dat ik straks geen werk meer heb, dat ik de tijd die ik niet met Rudi doorbreng non-stop bezig ben met schrijven, denken, mailen… terwijl gek genoeg nú opeens aanvragen binnenkomen voor artikelen, videocontent, en ik overloop van de inspiratie. Als ik niet uitkijk werk ik mezelf weer over de kop.

Ook in crisistijd moet ik op mezelf letten. Daarom vanavond geen werk, maar gewoon een boek over een seriemoordenaar. De beste afleiding.

Coronadagboek #5

18 maart 2020

 

De dingen die bleven

We probeerden vandaag
van noord naar zuid te komen
de weg lag stil en weerloos
we werden vergezeld door de dingen
die bleven.

Het gordijn dat beweegt in de wind
Het raam op een kier
Op een bouwplaats ligt nog een stapel buizen
die de grond in had gemoeten.

Maar waarom zou je aders leggen
tussen plaatsen waar niemand meer woont
om te vervoeren wat niemand
meer nodig heeft?

Bomen die in de lentezon
op ontploffen staan
ze bloeiden nooit voor ons
wij deden er niet toe.

Coronadagboek #4

Vanaf gisteren is het dan echt zover: we zitten thuis. Man, ik en onze driejarige dochter. Ja, en de kat, maar die zit al dertien jaar in lockdown, dus die maakt zich nergens druk om – behalve of er nog brokjes zijn.

De afgelopen 24 uur heb ik alle emotionele stadia doorlopen. Eerst ongeloof: gebeurt dit echt? Is het geen vreemde droom? Zit ik in een aflevering van Black Mirror waarin mijn eigen sciencefictionverhaal werkelijkheid is geworden?

Daarna strijdlust: we hebben het hele huis gepoetst, boodschappenlijsten gemaakt, een dagplanning voor de dochter. Gistermiddag voelde ik zelfs een soort blijdschap: de isolatie voelt ergens als een noodgedwongen vakantie, gezellig samen op elkaars lip, dingen doen waar we anders nooit tijd voor hebben.

Maar vanochtend brak het zweet me uit. In de kranten werd her en der al gesproken over de volgende griepgolf, komende winter, en dat deze hele maatschappelijke stilstand weleens tot aan de zomer van 2021 zou kunnen duren.

Lees verder op LINDA