Pre-order Ga Gewoon Wat Leuks Doen (gesigneerd)

Je kunt mijn boek Ga Gewoon Wat Leuks Doen (over leven met depressie) nu pre-orderen via boekhandel Broese. Ik zal ze zelf signeren met je naam erin, en Broese verstuurt ze naar jou! Pre-orderen kan tot 23 mei.

Pre-order nu hier!

4 mei

Tien jaar geleden schreef ik dat ik op 4 mei ook even dacht aan mijn oudoom Aart Romeijn, die op kerstavond 1944 omkwam aan het oostfront in Letland. Hij vocht daar voor de SS, zo ging althans het verhaal in onze familie. Zoals met mij wel vaker het geval is, onderschatte ik totaal hoe gevoelig dit onderwerp lag. Niet alleen in de buitenwereld, maar ook binnen de familie. Men wordt er liever niet aan herinnerd dat eigen bloed kwaadaardige keuzes kan maken, en toch is het zo. Ik haalde tien jaar geleden mijn berichtje maar weer snel weg, en besloot voortaan maar weer te zwijgen over mijn familiegeschiedenis.

Twee jaar geleden, op 4 mei, verscheen de podcast De Familie Romeijn, waarin mijn zusje @annekeromeijn en ik onze familiegeschiedenis nou juist wél besloten uit te zoeken. In de tussenliggende jaren bleek er iets veranderd te zijn. In de publieke sfeer werd langzaam maar zeker ook aandacht gecreëerd voor hen die sneuvelden aan de verkeerde kant van het front. Er kwamen hier en daar verhalen los over jonge jongens die met valse beloftes naar Duitsland werden gelokt. Je zou kunnen zeggen dat er sprake begon te zijn van een zekere mildheid, al is mildheid misschien een groot woord. 

Verhalen vertellen is belangrijk, ook in de context van een pijnlijk oorlogsverleden. Als men kijkt naar “de vijand”, dan is het makkelijk om in ongenuanceerde en alles overstijgende grootheden te praten. Zoom je in op een individu, dan blijkt achter alle kwaadaardigheid ook een complexe menselijke geschiedenis te liggen. In onze zoektocht stuitten Anneke en ik helaas niet op een eenduidig antwoord op de vraag waarom onze oudoom Aart voor de SS koos, maar wel op aanwijzingen dat dat niet veel te maken had met politieke overtuiging. 

Lees hier verder! →

Voor Jeroen Mettes (nieuw gedicht)

Toen ik gevraagd werd om poëzie voor te dragen tijdens de boekpresentatie van “Vluchtlijnen van de poëzie” (over het werk van dichter Jeroen Mettes), voelde ik dat ik een nieuw gedicht moest maken, over wat er hier en nu speelt. Het gedicht heeft nog geen titel, dus noem ik het: Voor Jeroen Mettes.

In mijn hoofd staat een kilometerslange colonne zwaar oorlogsmaterieel
al dagen vast in de modder waar tot tien dagen geleden
nog graanideeën gezaaid zouden worden, in een uithoek van mijn hersenstam
waar het altijd vier voor de prijs van drie is
maar het goedkoopste product was al gratis, dus feitelijk
is van korting geen sprake. In een winkelwagentje liggen drie clusterbommen
en een molotovcocktail, ik zoek naar een zelfscankassa
maar men moet hier blijkbaar nog langs een cassière.
Ik scheid mijn clusterbommen met een beurtbalkje van het
halfje casino wit en de pakken vanillevla van mijn voorganger.
In een rij vol oordelende blikken vraag ik me af: als oorlog
je businessmodel is, mag je de btw op stalinorgels dan aftrekken?
Mijn clusterbommen geven hetzelfde bliepje als een pak Knorr Wereldgerechten
Oorlog is ook maar een transactie, als je donder op zegt
is de kans klein dat de ander ook daadwerkelijk opdondert.

Ik schuif mijn clusterbommen en mijn molotovcocktail in een
plastic tasje van vijfentwintig cent, een bonnetje, nee dankuwel,
de kamerplanten bij de servicebalie staren me verwijtend aan
Heeft iemand ooit berekend hoeveel bomen er om zijn gekomen tijdens
de Tweede Wereldoorlog? Kwantificeert iemand het leed van het
gebladerte? Planten zijn geen partij in de oorlogsstatistieken omdat ze
nooit ergens een gedenkteken voor de gevallenen oprichten en denk je eens in
als ze er eenmaal per jaar een bloemenkrans zouden leggen dan was dat
doden eren met lijken. Het leukste aan leven is niet dood zijn.
Als oorlog een transactie is, wiens Kamer van Koophandelnummer
staat er dan op de factuur vermeld?

De colonne komt langzaam schokkend in beweging
Gedachtes ratelen als rupsbanden door de ontdooide permafrost
dit jaar geen oprukkend graan maar nederzettingen waar
in alle haast achtergelaten kamerplanten de dienst uitmaken
deze oorlog is een winstwaarschuwing: we weten niet of onze huidige
groeicurve de winter haalt. Uit voorzorg haal ik een clusterbom
uit mijn tasje, rol mijn mouw op en gooi hem met een perfecte
hoek van 45 graden in zuidoostelijke richting
No plants were harmed during the making of this poem
Oorlog is een datumprikker met maar één optie
de afspraak gaat ook door als je eigenlijk al iets anders had.

 

Blogpost: mentale weerbaarheid

Het zijn dagen waarin ik me ternauwernood staande hou. En het is niet eens mijn oorlog, kun je nagaan. Ik zit daar niet, te vernikkelen aan een grens, ik zit gewoon lekker in de warmte van mijn huiskamer te typen. En toch sta ik elke dag op met misselijkheid van de zenuwen. Ik wil het nieuws niet tot me nemen, maar ik verorber het als verse croissantjes met rattengif. Ik probeer niet bang te zijn maar vrees met grote vrezen, probeer de foto’s van huilende kinderen van me weg te houden, maar het voelt hypocriet om weg te kijken en dus staar ik en voel ik diepe scheuren in mijn buik.

En dan is er nog al het andere waar ik me geen zorgen over zou mogen maken. De lekkage in onze keuken die achter de keukenkastjes zit, waardoor de hele keuken eruit moet en we halsoverkop een nieuwe gaan uitzoeken. Ja, dat kost allemaal tijd en headspace, maar ik heb een huis en een spaarrekening en straks ook nog een nieuwe keuken.

Er is het grote idee voor een nieuwe roman dat me opeens overviel, midden in de nacht tijdens een halfslaap. Een idee dat radicaal anders is dan de sciencefiction die ik normaal gesproken schrijf. Een verhaal dat alle disfunctionele shit die ik voor mijn 26e uitspookte naadloos combineert met mijn Groot Lerarenverhaal dat ik al eens geschreven heb, én mijn liefde voor true crime. Een verhaal dat me nogal hoog zit, en dat ik voor mijn gevoel in razend tempo zou kunnen schrijven, nog voordat ik voor mijn Kleurlozentrilogie de mijnen van Charleroi in duik. Maar wil ik dat? Kan ik dat?

Vanochtend verscheen er voor het eerst in weken een recensie van 7B, en toen ik enthousiast begon te lezen bleek het de eerste ronduit negatieve bespreking te zijn. Goddammit, meteen terug mijn hol in, zonder zelfvertrouwen. Blijkbaar kan ik mijn personages niet tot leven wekken, strooi ik met te veel metaforen (in Concept M waren het er nog te weinig – DOSEREN, ROMEIJN) en beklijft mijn werk niet. Moet ik me dan wel als een kip zonder kop aan een nieuw project wagen?

En dan zijn er nog slechtnieuws-telefoontjes die ik moet plegen (hoort erbij als je een bedrijf runt), er is het huishouden dat vanuit alle hoeken van de kamer naar me loert, stapels was in de slaapkamer. Maar wat zeur ik? Ik heb een wasmachine, ik heb een goedlopend bedrijf, ik heb de luxe te kunnen twijfelen aan mijn volgende romanproject. Ik heb de luxe een blogpost te schrijven waarin ik de meeste zinnen begin met “ik”, omdat de oorlog nog niet in mijn achtertuin staat te wachten.

Maar zo werkt het niet hè, het relativeren van mentale kwetsbaarheid? Nee. Dat gewankel is er gewoon, en beheerst alles, of het nou terecht is of niet. Je doet er niks aan. Hoe verteren jullie de oorlog?

Man, ik hoop dat er behalve dekens, pampers en morele steun ook veel psychosociale hulpverlening klaarstaat voor de vluchtelingen die nu onze kant op komen, want het gaat nodig zijn.

Hedon + Paradiso

Om te vieren dat we weer mogen in Nederland geven we twee grotere shows in Hedon en Paradiso, op 23 en 24 april. Het wordt weer feest, zonder mondkapjes en met dansen! Kom je ook? Koop dan nu je tickets! Dat kan hier voor Hedon en hier voor Paradiso.

Gedicht: Europalaan

Onderstaand gedicht verscheen in het nieuwste nummer van literair tijdschrift De Gids. Ik schreef het naar aanleiding van het werk van kunstenaar Constant dat deze editie wordt uitgelicht, en specifieker nog, naar aanleiding van het sluiten van de laatste tippelzone van Utrecht, die aan de Europalaan, waar ik woon.

 

Europalaan

Om half acht begon mijn kanker tegen me te praten.
Route opnieuw berekenen. Indien mogelijk: omkeren.
Ergens tussen de bushalte en mijn voordeur
driehonderd meter waarvan vijftig tippelzone
ik hield mijn blik dichtbij.
De eeuwen zijn lang geweest. De dagen korter
maar toch nog lang. We zijn een familiebedrijf sinds 1891.
Ik stak over, het hek was al dicht
de man met de sleutels in de binnenzak van zijn jas
ik had hem wel eens zien lopen, maar niet vandaag.
Wij bieden geen uitkomst. Alles kan anders
maar het zal niets oplossen. Kom, blijf eens staan.
De man met de sleutels in zijn binnenzak
die de prostituees in één draaibeweging scheidde
van de huizenbezitters. We hoefden elkaar niet te zien.
De waarde van ons vastgoed wordt bepaald door moraal.
Loop maar. Wij wachten thuis op je.
Dat mijn kanker in meervoud over zichzelf sprak
was ik inmiddels gewend. Naarmate de maanden verstreken
veroverde hij lichaamsdelen en voornaamwoorden.
Thuis zal ik je danken voor je vruchtbare grond.
Hij deed me graag denken dat we samengevoegd waren
zonder duidelijk kader, maar ik voelde hem zitten
in mijn rechterknie en dijbeen, met uitstralingen richting heup
een autonoom wezen, onvast en boos
kraker van panden, bezetter van slokdarm
mijn kanker woont gratis, onzichtbaar en ruim.
De stoep smal en onverlicht onder bomen, een gele bus zuigt lucht
in het voorbijrazen een zoevend geluid.
Geen hotels hier, de enigen met een slaapplaats
zijn de huizenbezitters achter het hek.
Morgen gaan we op avontuur. Ik zal de wekker zetten
en je uit je slaap houden tot de zon er is
en de rest van de dag en de avond en de volgende nacht.
Je zult smeken om rust. Het avontuur wacht op niemand.
Mijn kanker stelt nooit vragen.
Lees hier verder! →

Eigen verantwoordelijkheid

Mark Rutte en Hugo de Jonge waren er duidelijk over: de nieuwe maatregelen hebben we echt aan onszelf te danken. Rutte begon zijn paternalistische persconferentie met de oproep om vooral naar onszelf te kijken in deze tijden van nood.
“Denk eens: welke stap kan ik zelf zetten? Wat kan ik nog extra doen om verspreiding te voorkomen?”
Hij noemde geen concrete voorbeelden van wat we zouden kunnen doen, maar iedereen snapt wat hij bedoelt. Afstand houden, toch maar niet gaan sporten, geen mensen thuis uitnodigen. “Een hartenkreet” noemde Rutte zijn oproep. Of we ons allemaal maar even aangesproken willen voelen, en liefst ook nog een beetje schuldig.

Deze individualisering van verantwoordelijkheid is natuurlijk het stokpaardje van het neoliberale gedachtengoed van VVD en consorten. Nooit kijken naar het eigen, falende beleid, maar altijd meteen de vinger richting het individu. Wat heb JIJ gedaan? Wat is JOUW aandeel? Tijdens deze coronacrisis proberen ze het in te pakken als een wholesome all-together-now-boodschap, “we moeten het samen doen”, cumbaya, maar het komt uiteindelijk op hetzelfde neer: het is je eigen schuld, burgertje. En kijk vooral niet naar ons, de politiek, als de pleuris uitbreekt.

Wat zou het fijn zijn als daar iets tegenover stond. Visie, bijvoorbeeld. Of een coherent crisisbeleid. Maar daarvoor hoeven we bij dit demissionaire kabinet niet aan te kloppen. “Visie is een olifant die het zicht belemmert,” zei Rutte een paar jaar geleden, en hij gedraagt zich navenant. Te laat acteren, dweilen met de kraan open, cliëntalistisch net-niks-beleid: het zijn zijn specialiteiten. Gelukkig houdt Nederland daarvan – waarom zouden we ‘m anders steeds opnieuw weer in het harnas hijsen?

De oproep van Rutte en De Jonge ging dit keer nog een stapje verder. “Ga zelf eens in gesprek met iemand die nog geen vaccin durft of wil nemen,” zei De Jonge. “Probeer hem of haar te overtuigen met de juiste feiten en cijfers.” Of we zelf voor voorlichtertje willen gaan spelen. Een epidemioloog in de uitzending was dolblij met de oproep. “Het is bewezen dat burgers niet naar de overheid luisteren, maar wel naar groepsdruk.”

Maar, Hugo, ik ben moe. Ik heb helemaal de energie niet meer om mensen te overtuigen. Sterker nog: de discussies die ik het afgelopen jaar gevoerd heb met de mensen in mijn omgeving die niet in corona geloven of twijfelen over het vaccin hebben alleen maar geleid tot verwijdering, spanning en ruzie. Deze week nog, tijdens een etentje met collega’s, vroeg ik een niet gevaccineerde collega hoe hij dacht over het feit dat 90% van de mensen op de ic’s niet gevaccineerd is.
“Dat is helemaal niet waar,” zei hij. “Dat zeggen ze alleen maar om je bang te maken.”

Wat word ik geacht te zeggen in zo’n situatie, Hugo?

We zagen de situatie aan ons tafeltje tijdens het diner binnen een paar seconden veranderen van een ontspannen samenkomst in een potentieel oorlogsgebied. Ik zag collega’s moeite doen om niet emotioneel te reageren, om niet in woede te ontsteken. En we kozen ervoor het onderwerp te laten rusten. Is dat laf, Hugo? Ontlopen we hiermee onze individuele, neoliberale verantwoordelijkheid?

Ik denk het niet. Als iemand ervoor kiest om elke vorm van wetenschap en feitelijkheid terzijde te schuiven, om te leven in een zelfverkozen web van samenzweringen, dan heeft het totaal geen zin om daar feitenkennis tegenover te zetten. Sterker nog: ik kan niet uitsluiten dat ik ervoor kies om gewoon mijn mond te houden. Om de lieve vrede te bewaren. Om de mensen met wie ik moet werken en samenleven niet nog verder van me te vervreemden. En dat is niet omdat ik denk dat ze gelijk hebben, of omdat ik laf ben, maar omdat ik er gaandeweg achter ben gekomen dat samenleving een werkwoord is. Samenleven betekent soms ook: niet de confrontatie aangaan als dat toch zinloos is.

Dus hoe graag je de verantwoordelijkheid bij mij als burger neerlegt, Hugo, ik weiger me aangesproken te voelen, laat staan schuldig. Dit is niet mijn strijd, en complotdenkers zijn niet door mij te redden. Ik ben te moe om deze handschoen op te pakken. Maakt mij dat een slechte burger? Vast. Ik geloof dat ik daarmee kan leven.

Vertel ons anders eens, Hugo, wat doe jij om deze crisis niet te verergeren?

Cloudsessie @ TivoliVredenburg

Voordat ik onze tour aftrapte in de Cloud Nine in TivoliVredenburg, speelde ik een akoestische livesessie, die nu exclusief te bekijken is via de kanalen van TivoliVredenburg.

#openup

Tijdens de #OpenUp week ging ik in gesprek met mijn kleine zusje Josje over de depressies waar we allebei last van hebben. Voor mij niks nieuws, voor haar de eerste keer dat ze er in het openbaar over spreekt. Extra hulde voor haar. Het werd een mooi, intens en bij vlagen ook heel grappig gesprek. Dank aan 3FM en omroep Human voor het podium en de aandacht voor mentale gezondheid.

 

Piepschuim

Mijn nieuwe single heet Piepschuim, en wordt nu op de radio gedraaid. Video is bedacht en geregisseerd door Loïs de Vries, een oud-leerling die studeert aan de Willem de Kooning Academie. Ik ben supertrots op haar en heel dankbaar dat ze de clonazepam-roes waar ik over zing zo zacht en kleurrijk in beeld heeft weten te brengen. 💖💖💖