Haters

Soms vragen mensen me hoe ik toch omga met al die nare mensen op twitter. En het moet gezegd: er zitten een hoop nare mensen op twitter. Zeker wanneer je zoals ik de neiging hebt om tweets over politieke aangelegenheden te posten, ben je al snel het slachtoffer van een hele horde anonieme accounts die je vertellen dat je niet deugt (of juist wel, is maar net vanuit welke politieke hoek de haat komt), vaak vergezeld van een hele horde scheldwoorden en bedreigingen waar de honden geen brood van lusten. Dat is schandalig natuurlijk, maar ik kan in alle eerlijkheid zeggen: het doet me niks.

Dat is niet altijd zo geweest. De eerste keren dat ik bedreigd werd, nu een jaar of vijf geleden, was ik dagenlang overstuur en bang. Waarom haten mensen mij zo? Komen ze nu naar mijn huis om me iets aan te doen? Wie zijn toch al die anonieme mensen? Het kostte me veel moeite om het van me af te zetten. Best logisch als je bedenkt dat een aantal van die anonieme trollen me bleven bestoken met de oproep om zelfmoord te plegen. Dat ligt in mijn geval nogal gevoelig, en ik was redelijk van de kaart.

Ik schreef destijds een artikel voor de Volkskrant over anonieme pestkoppen, en interviewde daarvoor een aantal prominente mensen met veel meer volgers dan ik, die veel stelselmatiger te maken hebben met dit soort verbaal geweld. En allemaal zeiden ze me hetzelfde: “Gewoon blocken. Al die accounts blocken. Zonder blocken heb je geen leven op Twitter.” Daar had ik nog niet eerder over nagedacht. Blocken vond ik zo onaardig. Maar eerlijk is eerlijk: iemand bedreigen is ook niet heel aardig. En dus begon ik te blocken en te negeren. In het begin veel werk, maar al snel merkte ik wat een rust het oplevert.

En met het blocken en negeren ontstond ook een ander besef: de scheldkannonades en bedreigingen zijn zelden tot nooit persoonlijk. Al die tollen haten Aafke niet, ze hebben een ongerichte haat voor een karikaturaal beeld dat door sommige politici en media wordt geschetst van “mijn soort mensen”. In mijn geval is dat: links, creatief, vrouw, moeder, psychiatrisch patiënt, feminist, met een groot bereik. Al die eigenschappen hebben een eigen groep haters die zich vastbijten in “al die domme linkse mensen”, of “al die kutfeministen”, en wanneer ze vermoeden dat ik tot hun doelgroep behoor dan richten ze zich tot mij. Ze weten niet wie ik ben, kennen me niet, maar zien een groep eigenschappen die achterdocht opwekken en reageren daarop.

Het heeft nooit te maken met mij, met wie ik ben. Gelukkig maar. Daarom glijdt het van me af.

Ik reageer dus nooit op haters, en retweet ze ook zelden. Ik probeer ze geen aandacht te geven, en dat lukt heel goed. Ik wil mijn volgers ook niet te veel blootstellen aan de horror van anonieme haat.

Er is echter één uitzondering, één kritieke grens die ik in acht neem. Ze moeten niet beginnen over mijn kind. Gisteren was het weer eens zo ver. Ik had iets getweet over Geert Wilders. Het was alweer een tijd geleden dat ik dat gedaan had, want ik vind Geert niet zo relevant meer, en ik was dus ook even vergeten dat hij nog steeds een digitaal legertje paraat heeft staan. Meteen ging het los. En een aantal van die anonieme accounts ging dit keer heel ver. “Hee @Jeugdzorg, kijken jullie even mee? Is het voor een kind wel veilig om bij deze geesteszieke moeder te wonen?”

Ja, dan heb je me hoor. Nog steeds trek ik het me niet persoonlijk aan – nogmaals: dit gaat niet over mij – maar ik vind dat soort berichten van een dusdanig gewelddadig niveau dat ik besloot om toch maar eens zichtbaar te maken wat het betekent om moeder te zijn en politiek te bedrijven. Dat betekent tegenwoordig dat anonieme lafbekken proberen je kind bij je weg te laten halen. Ik vind dat heftiger dan een doodsbedreiging.

Toen ik betreffende tweet retweette waren veel van mijn volgers ongerust: trek je het wel? Dat is lief, maar niet nodig. Ik word op geen enkele manier persoonlijk geraakt door dit soort tweets, ik laat me alleen raken door de duizenden en duizenden lieve en oprechte mensen die ook op twitter zitten en de wereld een beetje mooier maken elke dag. Maar ik vind het wel verontrustend dat er zo veel anoniem geweld is, en dat men bij het verdedigen van een politicus werkelijk geen enkele moreel-ethische grens meer kent. En geloof mij als ik zeg dat het om dusdanig veel mensen gaat dat ik zeker weet dat ze ook in mijn appartementencomplex wonen, in mijn straat, dat ik ze elke dag tegenkom in de supermarkt. Ik zou zo graag een écht gesprek aangaan met deze mensen, over wat hen drijft en waar ze bang voor zijn. Kijken of ze me daarna alsnog bedreigen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *