Sukkelen

Acht maanden sukkelde ik. Nee, negen maanden. Vanaf de eerste diepe paniekaanval tot aan het moment, nu acht weken geleden, dat ik mijn oude psychiater belde.

Net voor kerst zeiden mijn ouders al: zou je niet toch gewoon een psychiater zoeken? Ik raakte in paniek, werd boos, begon te huilen. ‘Ik wil niet dat jullie zeggen dat ik het niet goed doe. De huisarts heeft gezegd dat het niet zo ernstig is, en dat het met een paar gesprekken over mindfulness waarschijnlijk gewoon over is. Niet ALLES is meteen een erge depressie.’

Waarom ik zo boos was? Mijn herstelproces, en hoe ik dat aanpakte, was het enige waar ik nog een soort van controle over had. Of het herstellen lukte, hoe ik me voelde, dat was elke dag een loterij. Ik wilde niet dat iemand dat beetje controle van me afnam, ook al zag iedereen hoe slecht het ging en dat er grover geschut nodig was.

Bovendien: een psychiater, da’s allemaal leuk en aardig, maar de wachtlijsten hè, de wachtlijsten… door mezelf op een wachtlijst te plaatsen gaf ik niet alleen toe dat het slechter ging dan ik wilde geloven, maar ging ik er ook mee akkoord dat een oplossing voor het probleem tot ergens in sint juttemis zou worden uitgesteld.

Acht weken geleden zat ik tegenover mijn vader. Hij vroeg hoe het ging.

‘Medium kut,’ antwoordde ik.

‘Ben je niet af en toe ook gewoon heel verdrietig dat je dit hebt?’ vroeg hij.

‘Ja, wat dénk je.’ En ik moest huilen. Niet dat ik dat veel doe tijdens mijn depressies, huilen. Maar als mijn vader zo’n vraag stelt, dan meteen.

‘Ik denk dat ik mijn oude psychiater ga bellen,’ zei ik.

Ik wist niet of hij überhaupt nog werkte, de laatste keer dat ik ‘m zag was 12 jaar geleden en het zou zomaar kunnen dat hij al met pensioen is. Toen ik belde nam zijn vrouw op, net als 12 jaar geleden. ‘Had maar eerder gebeld,’ zei ze. ‘Wij sluiten nooit een dossier af, iedereen mag altijd terugkomen, ook na 12 jaar. En voorlopig heeft mijn man nog geen zin in pensioen.’

De eerste keer dat ik hem sprak was ik 19, en het eerste wat hij zei was: ‘We hebben wat pillen, we weten niet hoe ze werken, dus we gaan met z’n tweeën wat aanmodderen totdat we iets gevonden hebben dat werkt.’ En dat deden we.

En nu doen we dat weer. Ik kreeg een ander middel, en iedere week belt hij even. De gesprekken duren nooit langer dan tien minuten. Ik vertel hem hoe ik erbij hang, hoeveel last ik heb van bijwerkingen en waar ik in mijn herstelproces denk te staan. Vervolgens zegt hij: ‘We hebben drie knoppen om aan te draaien, laten we de middelste eens een tikkie naar links draaien,’ en ga ik aan de slag.

En nu? Fingers crossed, maar ik heb al acht weken geen paniekaanvallen meer gehad. De onderliggende onrust is bijna weg. Af en toe geniet ik zelfs van dingen (al schrik ik daar nog elke keer van). Ik ben bevoorrecht dat ik een vrijgevestigd psychiater kan betalen, en het maakt me woest dat er zo veel mensen maandenlang (of inmiddels: jarenlang) op een wachtlijst moeten staan voordat ze hulp krijgen. Bless goede psychiaters, maar regering, en minister Blokhuis: zorg er nou eens voor dat ze voor IEDEREEN bereikbaar zijn. Ze zijn zo hard nodig.

Een reactie op “Sukkelen”

  1. Barbara schreef:

    Superdankjewel.
    Ik heb een tip voor ons: The Hilarious World of Depression podcast. https://www.hilariousworld.org/
    Goed dat je het bespreekbaar maakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *