Subsidies voor popmuzikanten

Dit artikel verscheen op 3 augustus op de website van Vrij Nederland.

Gisteren ontstond er enige ophef toen bekend werd dat het Fonds voor de Podiumkunsten een vierjarige subsidie van ruim een miljoen toegekend heeft aan De Staat, één van Nederlands succesvolste bands. Belachelijk, zo klonk het direct op twitter en facebook. Waarom heeft een succesvolle band in godsnaam zoveel staatssteun nodig? Willen ze op vakantie naar de Malediven ofzo? En dan nog: daar verdienen ze toch meer dan genoeg geld voor?

Meteen laaide ook de aloude discussie op over de samenhang tussen subsidies en kwaliteit van kunst. Een flink aantal mensen is en blijft van mening dat kunst zelfbedruipend moet zijn: als het geen geld oplevert, dan zal het wel niet goed genoeg zijn. Die discussie wil ik hier niet voeren, daar is een andere plaats en tijd voor. Waar ik het hier over wil hebben is dat veel mensen vallen over het feit dat een popartiest subsidie krijgt. Gek genoeg lijkt men er inmiddels een beetje aan gewend dat orkesten en theatergezelschappen niet kunnen bestaan zonder subsidiekraan, maar popmuzikanten worden gezien als commerciële ondernemers, die prima hun eigen broek op kunnen houden. Sterker nog: woonde Prince niet op een enorm landgoed?

Lees verder ›

Een imperfecte wereld begint bij jezelf

Dit artikel verscheen op 25 juni 2016 in Viva.

Een paar weken geleden zag ik op Instagram een foto voorbijkomen van een zwangere sportjunkie. ‘Seven months pregnant,’ stond erbij, maar dat was nauwelijks te zien. Haar foetus was zorgvuldig ingesnoerd door buikspieren die strakker stonden dan scheerlijnen in de wind. Zeven maanden zwanger? Hóé dan? Ik vond de foto doodeng. Zo veel sporten kan toch niet goed zijn voor een ongeboren kind? ’s Avonds stond ik voor de spiegel. Zelf was ik ook zeven maanden zwanger, en ook al was ik na drie maanden resoluut gestopt met sporten, ik was pas zes kilo aangekomen. Op een flinke toeter na zag ik er nog precies zo uit als voor mijn zwangerschap. Toch begon ik opeens te twijfelen. Mijn heupen staken toch wel een beetje uit, en waren mijn bovenarmen niet wat dikker geworden? Pas na een paar seconden riep ik mezelf tot de orde. ‘Je bent zeven maanden zwanger, en je past nog steeds in maatje 34. Doe normaal,’ zei ik tegen mezelf, om vervolgens tot mijn schrik te concluderen dat die belachelijke bodybuilderfoto me dus toch aan het denken had gezet.

Lees verder ›

*Disclaimer

Als er een * achter de titel van een blogpost staat, betekent dat dat ik in die post schrijf over zaken of diensten die ik gekregen heb. Af en toe krijg ik iets aangeboden met de vraag of ik erover wil bloggen. Dat doe ik soms, maar alleen als ik er zelf echt enthousiast over ben. Verder laat ik me nooit betalen voor content. Je zult op mijn blog dus geen reclame/spam/spon tegenkomen.

No pictures please

Dit artikel verscheen op 20 juni 2016 op de site van Vrij Nederland.

Hoera! Ze is er! Rudi Francis Romeijn is geboren. Ze is de allerliefste en allerschattigste baby ooit, natuurlijk. Maar voordat jullie vragen waar alle schattige babyfoto’s blijven moet ik jullie teleurstellen: die komen er niet.

Of ja: natuurlijk zijn er babyfoto’s, maar die blijven op mijn telefoon, of op de afgesloten Tumblr die we gebruiken als fotoboek. En dus niet op facebook, twitter, instagram en snapchat. Hoe graag ik jullie ook zou verblijden met Rudi’s hoofd met konijnenoren-filter: ik ga mezelf inhouden.

Lees verder ›

Zwangerschapskleding: tenenkrommend

Dit stuk verscheen op 29 mei 2016 op de website van ELLE.

Toen ik net zwanger was, nam ik me voor vooral niet teveel zwangerschapskleding te kopen. Immers: deze toestand duurt maar negen maanden, daarna kun je alles weer weggooien. En écht veel zin om iets leuks aan te trekken zou ik als waggelende walrus toch niet hebben, zo dacht ik.Wrong. Een week nadat mijn buik uit mijn spijkerbroeken was gegroeid, was ik al klaar met de sweatpants en oversized T-shirts van mijn man. Een fascinerende zoektocht naar leuke maternity-outfits begon. Wat me al snel opviel: zwangerschapskleding is saai. Overheersende tinten zijn grijs, wit en beige. Bijna alles is gemaakt van effen tricot, in de simpelste pasvorm denkbaar (lees: we maken een doodnormaal T-shirt en voegen een meter extra stof toe aan de voorkant). Is er echt niks leukers te bedenken?

Lees verder ›

Màààm, de leraar is gemeen!

Dit artikel verscheen op 27 mei 2016 op de website van Vrij Nederland

Nederlandse leerlingen zijn ongemotiveerd, Nederlandse leraren krijgen relatief weinig betaald en zijn van onvoldoende niveau, maar tóch levert het Nederlandse onderwijs prima leerlingen af. Hoe kan dat? Het is de vraag die gesteld wordt in het OESO-rapport over de staat van het Nederlandse onderwijs dat gisteren gepresenteerd wordt, en het is de vraag die ik mezelf elke keer stel wanneer er weer een lijstje verschijnt waaruit blijkt dat het Nederlandse onderwijs het helemaal zo slecht nog niet doet. Hoe kan het toch dat ons onderwijs, ondanks alle misstanden, functioneert?

Lees verder ›

Veiligheidsglas

Dit stuk verscheen op 14 mei 2016 op de website van Hard//Hoofd.

Dat zeggen ze ook alleen in Moergestel. Maar goed, als je je plaatselijke gebedshuis de Sint Jans Onthoofdingkerk noemt, dan weet je dat je in een dorp woont waar de gezelligheid van de muren druipt. Ben je ooit op de kermis in Moergestel geweest? Alleen de botsautootjes trekken nog wat volk, vaak tussen de twaalf en de achttien, voorzien van opgeschoren haar en T-shirts in simpele kleuren als zwart, wit of grijs, met als enige onderbreking het logo van een willekeurig sportmerk. Ik ben er zelf nooit geweest, maar ik kan het me zo voorstellen.

Lees verder ›

Dit eindexamen is alles wat het vak Nederlands lelijk maakt

Dit artikel verscheen op 12 mei 2016 op de website van Vrij Nederland.

Vanmiddag was het weer zover: alle vwo-eindexamenleerlingen maakten hun examen Nederlands. Het meest omstreden examen van allemaal. Ieder jaar regent het klachten bij het LAKS, schrijven leraren Nederlands opiniestukken over wat er niet deugt aan het examen en aan het antwoordmodel, en wat er nou eigenlijk wel of niet getoetst wordt.

De afgelopen jaren heb ik als (oud-)leraar Nederlands steevast het examen zelf gemaakt en nagekeken. Gemiddeld kwam ik uit op een 8. Niet echt hoog, nee. Moet je eens proberen te verkopen als je docent wiskunde bent. ‘Ik had een 8, dus ik had 20 procent van de berekeningen fout.’ Me dunkt dat dat je geloofwaardigheid niet echt ten goede zou komen. Toch hebben veel leraren Nederlands zich verzuchtend neergelegd bij het feit dat je voor een taalvak nou eenmaal geen tien kunt halen.

Lees verder ›

Waarom zoveel jonge docenten ermee stoppen

Dit artikel verscheen op 23 maart 2016 in Vrij Nederland.

Lesgeven vond ik het mooiste vak dat er is. Zes jaar lang gaf ik met veel plezier Nederlands op een gymnasium. Elke dag contact met pubers, mijn liefde voor literatuur delen: ik was er dol op en het gaf me voldoening. Toch ben ik ermee gestopt. Waarom? Het korte, eenvoudige antwoord luidt: omdat een carrière als docent niet te combineren is met een carrière als muzikant. Het lange, complexere (maar completere) antwoord: vanwege een serie onderhuidse frustraties die er langzaam maar zeker voor zorgden dat mijn werk me ging tegenstaan. Niet het lesgeven zelf: zodra ik voor de klas stond had ik het prima naar mijn zin. Het waren juist alle zaken om het lesgeven heen die me het gevoel gaven langzaam maar zeker opgeslokt te raken door mijn werk.

Lees verder ›

NIP-test

Dit artikel verscheen op 21 maart 2016 op de website van Vrij Nederland.

Vanochtend stond er een brief in de Volkskrant, getekend door een aantal BN’ers en een aantal ouders van kinderen met het syndroom van Down. De opstellers zijn bang dat het standaard aanbieden van de NIP-test – die test op een aantal ernstige genetische afwijkingen, waaronder Down – zorgt voor een samenleving waarin mensen met Down niet langer welkom zijn. Het worden ‘mensen die er niet hadden hoeven zijn’, zo wordt er gesteld, terwijl deze groep ‘het leven juist zoveel kleur geeft.’

Lees verder ›