Mijn zevende boek

Ik kan me het aloude moment in groep drie nog goed herinneren, ons werd om beurten gevraagd wat we wilden worden. “Dirigent”, zei ik (want dat was mama), “of ballerina” (want ik zat op ballet) “of schrijver. Maar vooral schrijver eigenlijk.”

Vanaf het moment dat ik leerde lezen wilde ik schrijven. Werelden creëren. Mijn eerste boek schreef ik in groep vier, en besloeg vier basisschoolschriften. Het ging over een moeder en dochter grizzlybeer, en hun omzwervingen in het ruige bos. Ik zorgde elke dag op school dat ik mijn werk binnen een uur af had, zodat ik de rest van de ochtend kon schrijven. Ik was er bezeten van.

Mijn tweede boek schreef ik in groep zeven. Het ging over een ik-persoon die een eiland verkende, waar vreemde gebouwen stonden waar landschappen in groeiden. Het boek begon met de regel: ‘Vijf minuten later zag ik hem nog eens.’ Mijn juffrouw las het en zei: “Volgens mij mis ik een paar pagina’s.” Maar zo was het bedoeld.

Mijn derde boek ging over drie vriendinnen in de brugklas. Toen het na twee schooljaren af was printte ik het uit en liet de – in mijn ogen – indrukwekkende stapel papier aan mijn leraar Nederlands lezen. ‘Het is veelbelovend’, zei hij, ‘maar ik zou nog even blijven oefenen.’

Mijn vierde boek ging over een meisje dat op zoek gaat naar de mysterieuze man die de jeugd van haar moeder steeds weer in de war heeft geschopt. Ik schreef het tijdens de zomervakanties, maar het raakte maar niet af.

Toen ik op mijn zeventiende aan mijn vijfde boek begon, kwam ik niet verder dan drie hoofdstukken. Huilend zat ik boven aan de trap. ‘Ik word nooit schrijver’, zei ik. ‘Ik heb geen idee hoe het moet.’

Mijn zesde boek zou mijn debuut worden. Ik had al een baan en werkte er ’s nachts aan, jaar in, jaar uit. Het ging over mezelf, want debuten gaan over jezelf. Ik had fijne redacteuren en ploeterde voort, het verhaal moest verteld. Na vier jaar tilde ik zuchtend mijn hoofd op. Het boek was af, het verhaal verteld, het kon de wereld in. Terwijl ik het project overzag bekroop me het gevoel dat ik het boek meer voor mezelf had geschreven dan voor iemand anders. Dit was een verwerkingsdocument, de verslaglegging van een roerige tijd, maar wat het boek in de wereld moest was me plotseling niet meer duidelijk. Met een gebroken hart schoof ik het terzijde.

En toen droomde ik Concept M. Een verhaal dat ik nog niet kende. Voor het eerst wist ik dat het zou kunnen, een boek dat van mij én van de wereld zou zijn. Ik schreef zoals ik nooit geschreven heb. En hier is het dan: Concept M, mijn zevende boek, en mijn eerste. Dinsdag ligt het in de winkel, volgende week zaterdag presenteer ik het. Het bestaat. Het kan gelezen worden. Ik was altijd al schrijver, maar nu ben ik het ook echt.

(met oneindige dank aan Esther Hendriks van De Arbeiderspers die me steeds weer wees op ruimtes die ik nog niet verkend had)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *